Eat to live but live to eat

22 Nov

Toch wel grappig als je een tijdje wat meekrijgt van de Boeddhistische monniken. We hebben al best veel tempels bezocht en vaak zie je daar spreuken staan uit de leer van het Boeddhisme. Niet alles spreekt ons aan en we komen echt niet in een oranje kleed en op blote voeten terug, maar sommige dingen zijn best te begrijpen……

Door het overstroomde gebied zijn we richting het noorden getrokken naar Sukhothai. We zijn (alweer) naar een guesthouse gegaan waar we 6 jaar geleden ook zijn geweest, omdat het daar de vorige keer super was. Ze herkenden ons nog net niet, maar toen ze hoorden dat we er eerder hadden overnacht, waren ze helemaal vereerd.  Wij herkennen het zelf nog erg goed, de hutjes zijn hetzelfde en de banana-pancakes zijn nog net zo lekker als de vorige keer.

Uiteraard zijn we naar het Sukhothai Historical Park geweest en hebben we het totale gebied, ongeveer 20km, met tempel ruïnes per fiets bekeken. Het was wel extreem warm in de zon. Zo, en nu even geen ruïnes meer. We proberen nu steeds meer ook wat relax dagen in te plannen. Dan gaan we wat foto’s doen op de laptop en alvast even van alles op internet opzoeken over de komende week. Na flink bijgepraat te hebben met de mensen van Ban Thai Guesthouse kregen we het over wat we lekkere gerechten vonden van Thailand en kwamen we al gauw uit bij Massaman Curry  en Sticky Rice with Mango. Beiden hadden ze niet meer in huis, maar de curry hebben ze speciaal uit Bangkok laten overkomen (met de rest van de bestelling) en voor de Sticky Rice with Mango is Bert samen met Bird op de brommer naar de markt gereden om alle ingrediënten op te halen. Dat was echt leuk. We hebben hier elke dag heerlijk gegeten.

Van Sukhothai naar Chiang Mai, nog verder naar het noorden van Thialand, was een wat langere busrit. We slapen in een wat minder familiaire guesthouse, maar meer een typische Lonely Planet hippies-achtige sfeer. Zonder een vol getatoeëerd lichaam, dreadlocks en een pak sigaretten in je mond val je hier in ieder geval wel op. Ach het is goedkoop, dicht bij het centrum en best gezellig ook nog. Chiang Mai is de grootste stad van Noord-Thailand en trekt na Bangkok misschien wel de meeste toeristen. Je kunt vanuit hier heel veel trektochten in de omringende bergen doen, naar inheemse bergstammen gaan en op olifanten rijden enz.. In en net buiten de stad zijn ook nog een aantal mooie tempels, die hebben wij alleen bekeken om toch vrij snel uit deze drukke – met toeristen en verkeer – volgepakte smog-stad te vertrekken.

Na Chiang Mai zijn we verder met de bus naar het noordoosten gegaan, naar Chiang Rai. De omgeving wordt steeds mooier hoe verder we naar het noorden gaan. Steeds hogere bergen en slingerende weggetjes. We zijn niet de stad ingegaan, maar we hebben een guesthouse (Bamboo Nest Guesthouse) gevonden midden in de bergen 23km buiten Chiang Rai. De rit er naartoe was onvergetelijk. De eigenaresse (Nok) is een piepklein vrouwtje, maar ze bestuurde de jeep erg goed over wat een weg moest voorstellen, maar het was meer een uitgehakt modder, rotsachtige doorgang naar de top van een berg. Toen we aankwamen wisten we niet wat we zagen. Vier mooie bungalowtjes met uitzicht over de bergen, rijstvelden en een groep grote buffels ………. Dit was precies wat we even nodig hadden. Wat een rust hier. Nok en Noi maken ook nog eens de heerlijkste gerechten, waarvan het meeste uit eigen tuin komt.

Hier zouden we wel een week willen blijven, maar dat kan helaas niet. Dat krijg je als je zomaar komt aanwaaien, dus het worden 2 nachten. Samen met een Amerikaans stel uit San Francisco trekken we de bergen in. We hebben een schets gekregen met wat aanwijzingspunten. Deze had Nok ’s ochtends even snel voor ons getekend. Het was een heavy tocht over steile stukken, langs Akha– en Lahu dorpen in de bergen en een grote waterval. Na een paar uur kregen we eindelijk door dat we de verkeerde afslag hadden genomen, waardoor we een uur in de verkeerde richting waren gelopen. Toen zijn we maar terug gegaan. Na meer dan 5 uur door de bergen trekken kwamen we uitgeput terug bij ons hutje. ’s Avonds hebben we samen met het Amerikaanse stel een kampvuur gemaakt en wat gedronken. Zij verhuizen binnenkort naar New York en mochten wij daar nog terecht komen dan zijn we welkom om bij hun te blijven. De volgende ochtend zijn we om 6 uur het bed uitgegaan en hebben we de zonsopgang gezien over de bergen met de mist door de valleien en zijn we door de rijstvelden naar de buffels gelopen. Dichterbij dan 10 meter zijn we maar niet gegaan, want Noi verzekerde ons dat ze niet zo van ‘white people’ hielden.

Jammer dat we weer verder moesten, maar ook wel weer zin om verder te gaan. Binnenkort de grens over naar Laos en we kijken ook uit naar Vietnam. Daar horen we van veel mensen erg goede verhalen over.

Vanmorgen waren we nog in Chiang Rai, een veel leuker stadje dan Chiang Mai met een super leuke lokale markt met vis, vlees, groenten, fruit en van alles nog wat. Je ziet deze markten overal wel maar dit is toch de gezelligste die we gezien hebben. En nu zitten we in Chiang Khong op een veranda, uitkijkend over de machtige Mekong rivier, die Thailand scheidt van Laos, waar we morgenvroeg naartoe gaan. We zijn benieuwd, mochten jullie nog tips hebben, dan horen we die uiteraard graag……

3 Reacties to “Eat to live but live to eat”

  1. Jeff 8 november 2012 bij 3:48 pm #

    We miss Bamboo Nest (and Nok and Noi)🙂

  2. Kas de Vries 22 november 2011 bij 8:28 pm #

    Het is net of wij er bij zijn prachtige verhalen en mooie foto’s over Thailand, veel geluk in Laos en hopelijk weer net zulke verhalen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: