Tag Archives: Bolivia

Bijna in de zwembroek …

23 Okt

Peru zit er bijna op. En man, wat hebben we veel gezien. De titel van dit bericht is misschien een beetje vreemd, maar zodra je het bericht hieronder hebt gelezen, zul je snappen waar het op slaat.

Peru is een ontzettend gevarieerd land. We zijn bovenin begonnen vanuit Ecuador, waarbij we bij de grensovergang even moesten wachten op onze stempels, omdat het internet eruit lag. Maar na een uurtje stond er eindelijk een extra Ecuador en de eerste Peru stempel in onze paspoorten. We zijn begonnen in de badplaats Mancora, even heerlijk bijkomen aan het strand en zijn vervolgens naar Chiclayo gereden dwars door een gigantisch woestijngebied. Hier hebben we ons verdiept in de Moche en de Sipán cultuur. We hebben onder andere het Museo Tumbas Reales de Sipán in Lambayeque bezocht en de piramides van Tucumé.

Na deze culturele kennismaking met Peru zijn we het binnenland ingetrokken naar Cajamarca. Elke busrit duurt ongeveer 8 uur, en de buschauffeurs worden hier bij het examen, waarschijnlijk getest op hoe goed ze zijn in onveilig inhalen op bergpassen, voor gevaarlijke bochten, dus erg gevaarlijk. We komen elke keer weer zwetend de bus uit. Cajamarca is een leuk stadje, met weinig toeristen. Nadat we met twee andere toeristen hebben gesproken komen we erachter waarom, namelijk omdat het door veel buitenlandse ministeries als ‘onveilig’ wordt beschouwd en niet essentiële reizen naar dit gebied worden afgeraden. Hmm, worden we lui, dat we deze dingen niet meer uitzoeken? De onveiligheid zit hem in de demonstraties die hier worden gehouden tegen het mijnen. We hebben de demonstraties wel gezien, maar we hebben ons geen moment onveilig gevoeld. Integendeel zelfs. Achteraf lezen we op de minbuza website ook dat het gebied rond Chiclayo in het rijtje van ‘noodtoestand’ staat. We bezoeken even buiten de stad Cajamarca, Cumbe Mayo. Dachten we dat Nederlanders goed waren in watermanagement en kanaaltjes graven. Nou 1500 v.C. konden ze er hier ook wat van. Op een hoogte van 3300 meter zijn hier met de hand aquaducten gemaakt, zodat het water dat anders via de bergrug naar de Atlantische Oceaan zou stromen, nu de andere kant van de berg richting de Grote Oceaan zou stromen, en zo de gronden van het binnenland van Peru vruchtbaar maakte. Geweldig om te zien, hoe ingenieus ze in die tijd al waren, zonder alle moderne technologieën en gereedschappen van tegenwoordig.

We stappen de bus weer in om richting de kust, Trujillo te rijden. We besluiten om in het vissersdorpje ernaast, Huanchaco, oftewel surfersparadijs een bedje te zoeken. Naast de geweldige golven staat dit plaatsje bekend om de beroemde ruïnes van Chan Chan die op de Unesco werelderfgoedlijst staan. Dit was in de 15e eeuw de grootste stad in Zuid-Amerika tijdens het pré-Columbiaanse tijdperk.

De volgende bestemming wordt Huaraz, maar omdat dit met de bus ongelofelijk ver is, overnachten we ergens halverwege in Casma. Heel veel toeristen die we tegenkomen reizen ’s nachts, zodat langere afstanden afgelegd kunnen worden, maar omdat we erg genieten van alle verschillende landschappen, hebben we besloten om dit niet te doen, met name ook omdat we alle tijd hebben. In Huaraz hebben we de fantastische hike naar Laguna 69 gemaakt (zie hier het adembenemende verslag van deze wandeling).

In elk plaatsje is het weer een zoektocht naar de juiste bus om weer verder te reizen. Het is verstandig om dit een dag van tevoren te regelen. Want de bussen zitten telkens weer stampvol. Als je geluk hebt, heeft het plaatsje een Terminal Terrestre, een megagroot busstation, waar alle busmaatschappijen zijn vertegenwoordigt en je dus van hokje naar hokje kunt, om de beste tijd en prijs te vinden. Huaraz heeft deze echter niet, maar al rondlopend en shoppend vinden we al gauw de bus die ons de volgende dag naar Lima gaat brengen.

De rit is weer geweldig. We hebben een fantastisch uitzicht op de hele Cordillera Blanca en na acht uurtjes arriveren we ’s avonds in de hoofdstad van Peru, Lima. Het hostel dat we van tevoren hadden uitgezocht, blijkt dicht te zijn. De taxichauffeur probeert ons te helpen door bij andere hostels te informeren. Maar deze zijn ons allemaal een beetje te duur. Vandaar dat we een backpackershostel proberen. Deze heeft plek, en omdat het al laat wordt besluiten we hier de nacht door te brengen. Eentje om niet te vergeten. Een dronken personeelslid komt namelijk ’s nachts onze kamer binnenvallen, omdat ie dacht dat de kamer leeg was. O ja, en dan vergeet ik nog die mega kakkerlak die over Bert z’n rug liep en ons bed heen liep. Jak!! ’s Ochtends dus snel een andere hostel opgezocht! Lima is niet een hele bijzondere stad. Omdat we ondertussen wel genoeg kerken en plazas hebben gezien, genieten we vooral van de boulevard langs het strand en een heel goed visrestaurant, waar we onze eerste nationale drankje van Peru bestellen, de Pisco Sour. Heerlijk! In Lima staan we voor een groot dilemma. De volgende bestemming Cusco ligt namelijk op meer dan 20 uur rijden met de bus. En ja, we willen zo veel mogelijk van de omgeving zien, maar dit gaat ons toch wat te ver. Omdat een vliegticket bijna net zo duur is, en maar 1 uurtje in beslag neemt, besluiten we, zonder er twee keer over na te moeten denken, om een vliegticket te boeken.

Cusco is het startpunt voor Machu Picchu. Zoals jullie al hebben kunnen lezen, was dit een geweldige ervaring. It’s Magical! Zie hier het verslag met de fantastische foto’s. De terugreis naar Cusco verliep niet zo soepel. Vanwege demonstraties in Cusco, dit keer tegen de hoge benzineprijzen, kon er geen verkeer in en uit Cusco rijden, waardoor er geen enkele bus te bekennen was in Ollantaytambo. Gelukkig kwamen we twee jongens tegen uit Lima, die ook naar Cusco wilden en die een taxi hadden geregeld. Deze taxichauffeur wist wel een binnendoor weggetje, en zo konden we de taxi delen. Het was een leuke rit, de jongens wilden alles van Nederland weten en zij hadden allemaal tips voor goede restaurants. Zo zaten we die avond bij Chi Cha in Cusco. Een superfijn restaurant, van de Jamie Oliver van Peru, Gastón Acurio. Wat een smaaksensatie! Deze meneer heeft ervoor gezorgd dat de Peruviaanse keuken wereldwijd op de kaart is gezet. En we moeten zeggen dat we erg onder de indruk zijn. Helaas worden veel ingrediënten die worden gebruikt allemaal maar in Peru geteeld, en zijn deze in Europa niet te verkrijgen. Het toetje dat we hier hebben gehad, kunnen we echter wel maken, dus die houden jullie tegoed!

Van Cusco rijden we met de bus richting Puno. Dit ligt op de grens met Bolivia aan het Titicacameer. Dit meer is gigantisch groot, ongeveer een kwart van Nederland. Hoewel we helemaal niet van plan waren om naar Bolivia te gaan, besluiten we om dit toch te doen, voornamelijk op aanraden van andere reizigers die allemaal zeggen dat het eilandje in het meer aan de Boliviaanse kant een echte aanrader is. Dus we gaan de volgende dag probleemloos de grens over. Holanda? Ah, bueno, BAM stempel in het paspoort. Als Amerikaan heb je het toch wat lastiger. Amerikanen moeten eerst 135 dollar neerleggen, voordat ze binnen mogen komen. We rijden eerst door naar de hoofdstad La Paz, om toch nog ietsie meer van Bolivia te kunnen zien. In Bolivia hebben ze iets met hoog in de lijstjes staan qua hoogte, want zo is het Titicacameer het hoogst commercieel bevaarbare meer ter wereld op een hoogte van 3812 meter boven de zeespiegel en is La Paz de hoogste (onofficiële) nationale hoofdstad van de wereld met een hoogte varierend van 4058 tot 3100 meter. Het ligt dus in een vallei, wat het aanblik bij binnenkomst indrukwekkend maakt. We bezoeken de bekende heksenmarkt, waar je o.a. lama foetussen en gedroogde kikkers voor allerlei rituelen kunt kopen en struinen verder door allerlei straten op zoek naar leuke cafeetjes en restaurantjes. Eén van die restaurantjes wordt gerund door een Nederlander, en zo eet ik midden in La Paz hutspot met een oer-Hollandse gehaktbal, feest! Genoeg La Paz, terug naar het Titicacameer. Onderweg moeten we net als op de heenweg, even uit de bus, om het meer over te steken. De bus gaat op een vlot (zodat als de bus zinkt, wij niet mee onder gaan), terwijl wij even de benen kunnen strekken, een bezoekje aan het toilet kunnen brengen en vervolgens ook naar de overkant worden gebracht met een klein speedbootje.

Het plan (ja, soms maken we plannetjes) was om een nachtje op het eiland Isla del Sol door te brengen, maar omdat het hotelletje in Copacabana zo fijn is, besluiten we om er gewoon een dagtripje van de te maken. ’s Morgens om half negen stappen we op de boot om na 2 1/2 uur varen aan te komen in het noorden van het eilandje. Hier beginnen we de wandeling over het eiland naar het zuiden, waar we aan het eind van de middag weer op de boot kunnen stappen. Dit eiland wordt door de mythologieën beschouwd als de geboorteplaats van de Inca. We komen onderweg veel Inca ruïnes tegen. Het is weer een mooie wandeling met mooie uitzichten op het magische Titicacameer.

Terug in Peru, slapen we weer een nachtje in Puno en rijden we vervolgens naar Arequipa. Hier bezoeken we de ‘Monasterio de Santa Catalina’, een nonnenklooster die geweldig veel indruk op ons maakt.

Vanuit Arequipa bezoeken we de Colca Canyon. We laten wat spullen achter in Arequipa, zodat we wat lichter reizen. We gaan namelijk een meerdaagse wandeling maken. Onderweg naar de Canyon komen we honderden Alpaca’s tegen langs de kanten van de weg. De Colca Canyon is meer dan twee keer zo diep als de Grand Canyon, is veel groener (er wordt veel fruit en groente verbouwd) en tevens bewoond. We slapen een nachtje aan de rand van de Canyon in Cabanaconde, voordat we de tocht, voor de ezeltjes aan, naar beneden maken. Na ruim vijf uur lopen, komen we aan in Sangalle, oftewel de Oasis, waar we een welverdiende duik in het zwembad kunnen nemen. Maar wie omlaag gaat, moet ook weer omhoog. En de zijkanten mogen dan niet superstijl zijn, het pad hebben ze wel lekker stijl ontworpen. Jeetje, 3 uur alleen maar omhoog klimmen. Onze benen voelen als dynamiet als we eindelijk boven zijn. Gelukkig heeft ons hostel in Cabanaconde hangmatten, waar we de rest van de middag in doorbrengen samen met Cholita de hond.

De volgende ochtend moeten we vroeg op, om de bus van 6 uur (de bus van 7 uur reed helaas niet) te halen richting het Cruz del Condor uitkijkpunt. De ‘Andean Condor’ heeft een vleugelwijdte van 3,2 meter, de grootste van alle landvogels. Het is op zich een lelijk beest, maar omdat we zo dichtbij staan, vliegen ze een paar keer vlak boven ons lang, wat een fantastisch gevoel geeft! Het korte filmpje wat ik heb gemaakt, zal ik binnenkort eens uploaden.

Nadat de condors uitgevlogen zijn en we het marktje met de vrouwen in typische Colca klederdracht hebben bezocht, pakken we de bus weer richting Arequipa. Hier slapen we nog twee nachten, waardoor we tijd hebben om nog even de was te doen en de ijskoningin van Arequipa, Juanita te bezoeken. Dit meisje werd in 1995 gevonden op de berg Ampato in de Andes en is ergens tussen 1450 en 1480 geofferd aan de Inca goden. Voor de geïnteresseerden (echt een aanrader!), het hele verhaal over dit meisje, kun je hier lezen. De laatste avond in Arequipa hebben we culinair afgesloten. We hadden gereserveerd bij restaurant Zig Zag en Bert moest hier “Bijna in de zwembroek” heen. Door een communicatiefoutje zou onze was namelijk niet om 5 uur arriveren, maar om 9 uur ’s avonds. En je raadt het al, alle ‘normale’ broeken van Bert (2 welgeteld) zaten in de was, waardoor hij alleen nog maar een zwembroek in de tas had. Gelukkig heeft Guillaume, de man die het hostel waar we verblijven runt, speciaal voor ons de was opgehaald, en zo kon Bert gelukkig in normale broek, naar het restaurant. Hier hebben we ontzettend lekker gegeten. We hebben de specialiteit van het huis besteld, namelijk 3 stukjes vlees, alpaca, rund en varken op een steengrilletje. En we hebben onze vingers erbij afgelikt.

De zwembroek kon dus weer in de tas, maar niet voor lang. We gaan namelijk morgen naar de GALAPAGOS EILANDEN (verrassing 1)!! We hebben twee lange reisdagen achter de rug om van het zuiden van Peru weer terug in Guayaquil, Ecuador te komen. Welgeteld 4 taxiritjes, 2 vluchten en een busrit van 13!! uur. Je moet er wat voor over hebben en zo zitten we opnieuw weer “Bijna in de zwembroek..”.

Coast to Coast

13 Aug

Hèhè, daar zijn we weer. Alweer een tijdje geleden. Dat betekent niet dat we niet zo veel beleefd hebben, integendeel!!

Jullie waren al op de hoogte van het overlijden van onze eerste auto, maar na dit kleine oponthoud en een nieuwe auto hebben we inmiddels een groot deel van Zuidwest USA gezien. Naast een paar erg leuke steden hebben we voornamelijk gekampeerd in een aantal van de vele prachtige Nationale Parken in deze omgeving. We zijn niet in Los Angeles gebleven, omdat iedereen zegt dat er niets te zien is dus haalden we onze auto op en gingen meteen rijden. Vanuit Los Angeles zijn we deels over de Route 66 naar de Grand Canyon gereden. Onderweg kom je allerlei spookstadjes tegen met souvenirwinkeltjes, oude verlaten auto’s en andere aandenken aan deze bekende weg van Chicago naar LA. Tegenwoordig door de interstate snelwegen hebben deze dorpjes geen nut meer helaas. Weg tankstation, weg motel, weg saloon, dus hadden wij even geluk dat we pech hadden bij een van de weinig overgebleven garages.

Onze auto is trouwens weer een campervan. Nu nog iets kleiner dan dat we in Ozzie en Nieuw Zeeland hadden. We slapen achterin de koffer maar ik (Bert) kan nog steeds languit en comfortabel liggen. Voor ons weer perfect en een redelijk goedkope manier om hier rond te reizen. De eerste nacht hebben we bijvoorbeeld op de parkeerplaats van een McDonalds gestaan (free WiFi).

Eenmaal aangekomen bij de Grand Canyon zien we waar het gedoe toch elke keer om is. Woorden schieten gewoon tekort en foto’s doen al helemaal de grootsheid van deze Canyon geen eer aan. Vooral de eerste blik … de eerste keer dat je in die enorme uitgestrekte diepte kijkt. In een ‘BBC Earth’ -achtig filmpje in het park werd dat mooi beschreven; “The first view of the Canyon goes beyond the stretch of your imagination”. Het duurde even voordat onze kaken weer aan elkaar zaten. We hebben hier met een aantal dagen kamperen lekker de tijd genomen om veel van de omgeving te zien. Na de lange wandelingen die we in en langs de Canyon hebben gemaakt, zijn we een helikopter ingestapt. Een geweldige ervaring waarmee we de grootsheid van de Grand Canyon nog beter kunnen zien. Genoeg hierover, go see it yourselves!

Doorgereden naar een van de andere iconische natuurfenomenen van de US, Monument Valley. In een woestijnachtig landschap staan hier rotsvormen die de overblijfselen zijn van een hoger plateau dat is uitgesleten door zeeën en rivieren. Hierna zijn we naar Zion National Park gegaan. Hier hebben we ook een aantal dagen gekampeerd. In dit erg populaire park voor Amerikanen zijn prachtige hikes in de vallei maar ook over de gigantisch hoge en steile rotswanden te maken.

Heel even hebben we de mooie natuur achter ons gelaten voor het compleet tegenovergestelde, “Sin City”, Las Vegas. We zijn allebei helemaal geen gokkers maar als je hier bent moet je het toch even proberen. Iets waar je niet met een 100 dollar inleg hoeft te beginnen, de pennyslots, oftewel de “eenarmige bandieten”. Het had niet veel gescheeld of we waren nooit meer teruggekomen, maar in totaal hebben we 2 dollar verlies geleden. We hebben ons 2 dagen reuze vermaakt in een knettergek hotel met binnen een pretpark (inclusief rollercoasters), in een knettergekke stad met knettergekke mensen, heel veel lampjes en belletjes, heel heel veel siliconen, en mega heet weer. Na alle casino’s, het vrijheidsbeeld, de Eifeltoren en Egyptische piramides zijn we toch ook blij dat we weer vertrekken. Las Vegas is alles wat je er bij voorstelt en in films gezien hebt maal factor 10.

De bedoeling was om na Vegas een nacht in Death Valley te blijven maar al gauw hadden we door dat dat toch niet ging gebeuren. Het landschap is hier bijzonder en “doods”. Maar met een temperatuur van dik over de 50 graden hadden wij het idee dat een nacht hier blijven zou betekenen dat we onderdeel van deze natuur zouden worden. Die paar keer dat we onderweg uit onze airco op wielen kwamen om foto’s te maken, moest je bijna een zuurstofmasker op hebben om te voorkomen dat je deze hete lucht inademde.

Het volgende nationale park waar we kampeerden was Sequoia. Iedereen heeft er waarschijnlijk wel eens van gehoord. Sequoia’s zijn de grootste bomen op aarde. Niet de hoogste, maar de bomen met het meeste volume. Toch zijn ze nog mega-hoog. Als ze in de souvenirshops nekbraces zouden verkopen dan hadden ze daar een goeie business aan gehad. Grootste trekpleister in het park was “General Sherman” de grootste boom ter wereld! Terwijl hij eigenlijk helemaal niet zo bijzonder was in een bos met honderden Sequoia’s. We stonden op een erg leuk natuurcampingkje naast een riviertje waar we ons ’s avonds in konden wassen, wat erg goed uitkwam. Tijdens een lange hike door de bossen hebben we hier zomaar van redelijk dichtbij nog 2 zwarte beren gezien. Gewoon in het wild en niet vanuit een busje ofzo maar alleen wat gras en een paar bomen tussen ons en deze wilde vleesverslindende monsters. Maar ze merkten ons niet op en waren waarschijnlijk al vol van een frisse madeliefjes-salade.

Hierna wilden we eigenlijk door naar Yosemite National Park, maar moesten we onderweg in Fresno stoppen. Een stadje waar eigenlijk niet veel te beleven valt voor toeristen. Maar omdat onze creditcard werd geweigerd op de website van American Airlines om een ticket te boeken naar Zuid-Amerika, moesten we hier langs het vliegveld om de tickets cash te betalen.

Bij de Starbucks (gratis WiFi) in Fresno gingen we kijken waar het vliegveld was toen we aan de praat raakten met een Amerikaanse local die onze vlaggentas erg leuk vond. Hij had, toen hij nog jong was, een jaar door Europa gereisd en was ook in Nederland geweest. Hij had op Texel in café “de Slock” gewerkt. En omdat de Nederlanders allemaal zo goed voor hem waren geweest wilde hij iets voor ze terug doen. Hij nodigde ons daarom uit om ’s avonds met hem en zijn vrienden mee te gaan naar een baseball game van de Fresno Grizzlies, uit eten te gaan naar een Japans restaurant en om bij hun te blijven slapen. Daar konden we geen nee tegen zeggen. We hebben een erg gezellige avond gehad. Bedankt Dave en natuurlijk alle Nederlanders die zo vriendelijk voor hem waren geweest toen hij in Nederland was! En het is gelukkig met de tickets naar Zuid-Amerika ook goed gekomen.

Yosemite is een van de bekendste en populairste parken van de US. We komen er aan op een zaterdag in de zomer en dat betekent file-rijden naar de ingang. Wat een berg mensen, verschrikkelijk zonde van deze mooie omgeving. Gelukkig is het op de natuurcampings minder druk en zodra je een langere wandeling maakt dan raak je de meeste mensen wel kwijt. Als je de mensen wegdenkt is het wel een bijzonder mooi natuurgebied. We hebben hier ook nog een erg luie bobcat gezien. Waarschijnlijk een kruising tussen onze poes en een tijger.

We laten de natuur achter ons en gaan naar San Francisco. Een leuke stad. Bijzonder rustig op straat, waardoor je totaal niet het idee hebt dat er honderdduizenden mensen wonen. San Francisco geldt als een wandelstad, omdat het centrum met de bijzonderheden zo compact is. Compact is het wel maar even rustig wandelen is er niet bij. Het gaat er constant heuvel op, heuvel af. En de heuvels zijn steiler dan sommige hikes die we gedaan hebben in de National Parks. Iedereen kent vast wel die scene waarin Steve McQueen met zijn Mustang over de weg steigert in de straten van San Francisco. Het is dat er bij het oppikken van onze auto nadrukkelijk werd vermeld “don’t fly off a ramp in San Francisco!”, anders hadden we het even geprobeerd. Bekendste en meest in het oog springende beeld van San Francisco is natuurlijk de “Golden Gate Bridge“. Bijzonder dat een brug zo bijzonder kan zijn. Alle verhalen en films helpen daar natuurlijk ook wel een beetje aan mee. Maar het is mooi om te zien als het bovenste deel van de pilaren verdwijnt in de mist. Door deze mist en de zeewind is het vaak erg koel in deze stad. Dat is best vreemd als je wekenlang hoge temperaturen hebt gehad in Zuidwest USA. Verder heb je er een bruisende Chinatown en veel leuke straatjes met cafeetjes, platenwinkels, bakkertjes, boutiekjes, enzovoort.

De weg van San Francisco terug naar Los Angeles werd ons vaak omschreven als een erg mooie weg langs de kust met mooie stranden en plaatsen. Wij vonden het echter een beetje boel tegenvallen. Het is vooral erg druk met verkeer, de stranden in Nederland aan de Noordzee doen er niet voor onder en plaatsen zoals Malibou, Venice Beach (Muscle Beach) en Santa Monica, welbekend van de Amerikaanse TV-series als Baywatch, vallen erg tegen. Alleen Santa Barbara was nog wel grappig. Een erg toeristisch shop-dorp waar we net een festival gemist hadden die ochtend, maar er nog volop werd na-gefeest. Van LA vlogen we ’s nachts (helaas weer zonder te slapen) door naar New York.

Hier komen we om 05.00 uur s’ochtends aan. Het openbaar vervoer is heel makkelijk en om 7 uur staan we daarom al voor ‘ons appartement’ in de wijk Brooklyn. Aangezien de hotels allemaal toch redelijk duur zijn, hebben we in San Francisco de website Airbnb.com afgespeurd naar een leuke kamer voor een betaalbare prijs. We slapen dus bij New Yorkers Mariska en Emily in huis. We delen de keuken, de woonkamer en de badkamer en hebben een eigen slaapkamer. Midden tussen de flatgebouwen hebben we zelfs een eigen volkstuintje waar iedereen zijn verse groenten en kruiden kan plukken. En aangezien ze beiden bijna niet thuis zijn, hebben we het hele appartement eigenlijk voor onszelf (samen met de kat Seymour). De dames kennen de stad op hun duimpjes en hebben allemaal leuke tips voor ons, erg handig dus en een echte aanrader. We hebben die ochtend eerst maar eens even lekker ontbeten bij Bedford Hill het stamcafeetje om de hoek en duiken daarna het bed in om even bij te slapen. Na twee dagen New York hebben we al besloten dat we in november nog een paar dagen blijven. Shoppen is hier een stuk goedkoper dan in Nederland, dus kunnen we dan mooi even inslaan! New York is gaaf! We hebben een onbeperkte weekpas voor de metro en crossen dus de hele dag met de subway door de stad. Van Times Square naar Chelsea Market en van Wall Street naar Harlem. De Highline is ook een aanrader, een wandelpad boven de weg aan de westkant van Manhattan, met veel groen en veel zitjes. Een fantastische plek om tussen de middag een broodje te eten, mensen te kijken en te genieten van alle stadsgeluiden om je heen. Er is hier ontzettend veel te zien en door alle tips van onze huisgenoten wordt onze to-do-lijst niet korter, maar alleen maar langer. Wat ook zo interessant is aan New York zijn de mensen die het een levendige boel maken. Van alle typetjes tot alle mensen die lang geleden hun verstand al verloren hebben. En van oudere zwarte mensen die de grootste lol hebben op straat in Brooklyn tot alle, soms erg goeie straat en subway artiesten. Als we alle artiesten die goed zijn een fooi zouden geven, dan zouden we na een paar dagen blut naar huis kunnen gaan. Breakdancers die op de vloer en aan de palen in de metro de mensen doen verbazen, een goeie Otis Redding imitator, klassieke muziek en complete bandjes die de mooiste liedjes maken, hopend dat ze een keer ontdekt worden. Wat we erg jammer vinden is dat we niet naar een wedstrijd van de Yankees zijn geweest. De enige thuiswedstrijd tijdens ons bezoek was helaas uitverkocht, op de onbetaalbare tickets na dan.

In New York hadden we ook nog een bijzondere ontmoeting. Negen maanden geleden in de bergen van Thailand hadden we een Amerikaans stel, Jeff en Vanessa, ontmoet van ongeveer dezelfde leeftijd, dat ook voor langere tijd aan het reizen was. We hebben gezamenlijk gehiked in Thailand en ze verbleven in hetzelfde guesthouse als ons. Na die paar dagen in Thailand hebben we nog regelmatig contact met ze gehad via de e-mail over hun en onze reizen. Nu wonen ze weer in New York en zien we ze weer. Een erg gezellige avond en die gaat er vast nog wel een keer komen.

Het is voor ons trouwens wel verrassend hoe de Amerikanen in het algemeen zijn. Voordat we in de USA aankwamen hadden we toch een beetje een vooroordeel. Dat ze zich beter voelen dan de rest van de wereld, erg schreeuwerig enz. Maar na meer dan een maand in allemaal erg verschillende staten zijn wij helemaal omgeslagen. De mensen zijn hier voornamelijk erg vriendelijk, behulpzaam en geïnteresseerd. Dat maakt naast al die prachtige dingen die we hier hebben gezien toch de USA ook weer een van de hoogtepunten van onze reis.

Maar eerst dus nog naar Zuid Amerika. Het voelt eigenlijk best gek, want we zijn steeds heel ver geweest en nu we in NY zijn, voelt het alsof we heel dichtbij ‘thuis’ zijn. En dan vliegen we straks weer de andere kant op! We vliegen naar Guayaquil in Ecuador en denken eraan om ook Peru en Bolivia te bezoeken. We willen eigenlijk ook Argentinië en Chili zien, maar dat wordt waarschijnlijk te veel en we hebben geen zin om elke dag 6 uur in de bus te moeten zitten. Dat wordt dus tijdens een aparte vakantie.

Jullie vragen je natuurlijk wanneer we nu eindelijk eens terugkomen. Eerlijk gezegd willen we daar nog niet echt aan denken, maar we hebben het toch stiekem even gedaan (voor jullie gemoedstoestand). Onze retourvlucht naar New York is op 4 november en we komen aan in New York op de 5e. We gaan dan nog even 1 of 2 dagen extra shoppen. Met waarschijnlijk een kleine omweg zullen we dan richting Nederland gaan. Zet het maar vast in de agenda, halverwege november zullen we waarschijnlijk weer onze vieze voeten op de Nederlandse aardbodem zetten. Als we de vlucht hebben geboekt dan horen jullie het.

Nog meer leuke foto’s van de onze trip in de USA natuurlijk weer op Flickr.