Tag Archives: Laos

Busje komt zo…. euhh niet!!!

10 Dec

Na Luang Prabang zijn we (met de visums voor Vietnam in onze paspoorten) belandt in Nong Khiaw, een rustig dorpje tussen de karstgebergten. Al snel kwamen we er achter dat bijna al ons geld op was en kregen het een beetje benauwd, omdat er geen pinautomaten zijn in dit dorp. We kwamen na een tijdje gelukkig een stel tegen dat ons vertelde dat we in hun hotel geld konden halen met een creditcard. Gelukkig, want we dachten dat we hier niet meer weg zouden komen. De tweede nacht verliep echter anders dan we ooit hadden kunnen denken. Die nacht wilden we (samen met een Fransoos) met de nachtbus naar Sam Neua, wat inhield dat we tussen 18.00 uur en middernacht een keer de bus konden verwachten bij het einde van de brug (tja, de bus kan pech hebben, of de buschauffeur wil uitgebreid dineren, of juist niet). Om een lang verhaal kort te maken, koos Dave, een Nieuw Zeelandse nicht (die de dag erna de nachtbus wilde pakken en ondertussen flink had gefeest) uiteindelijk ook eieren voor z’n geld, door om elf uur ’s avonds al gillend zijn tassen uit z’n bungalow te halen, om ook te gaan wachten. Echter geen bus te bekennen, waardoor we om 2 uur ’s nachts besloten om het wachten een paar uur te staken. De Fransoos verstond inmiddels geen Engels meer en bleef achter. Dave bood zijn bungalow beschikbaar en zou ergens anders slapen. We hadden zijn bungalow nog niet bereikt, of Dave stond al weer voor onze neus. 3 personen, 1 tweepersoonsbed binnen, 1 hangmat buiten….(vul de rest zelf maar in).

Om 6 uur werd het wachten hervat. Dave, onder invloed van teveel alcohol, besloot te blijven liggen, wij besloten na een uur wachten om de eerste de beste bus aan te houden. Deze ging naar… Luang Prabang. We hadden allebei geen zin meer in een busrit van 12 uur naar Sam Neua met Laotianen die toch over een ander type evenwichtsorgaan beschikken dan de onze, dus we besloten om terug te gaan naar hetzelfde guesthouse in Luang Prabang, maar niet voordat we op het vliegveld van Luang Prabang 2 enkeltjes naar Hanoi, Vietnam hadden geregeld. De familieleden van het guesthouse vielen van hun stoel van verbazing en we werden binnengehaald alsof we de koning en koningin waren. Door dit avontuur maakten we het begin van het Openlucht Filmfestival van Luang Prabang ook nog even mee, waar we een documentaire hebben gezien over een regionaal Laotiaans voetbalteam en hebben we onszelf getrakteerd op een heerlijk diner met verschillende Laotiaanse gerechten bij restaurant Tamarind. Een goede afsluiter van Laos.

Hanoi is te gek!! Zoveel scooters bij elkaar hebben we nog nooit gezien en het oversteken op straat is een ware sport (mastered by Bert, een ware pro!). Zebrapaden zijn street-art, je moet gewoon gaan, doorlopen en het verkeer langs je heen laten rijden. De tactiek van Jorina is daarbij, om stijf naast Bert (aan de goede kant) te gaan lopen. We moesten trouwens wennen aan het geld en de grote bedragen in Laos maar in Vietnam is het nog erger. 8 miljoen pinnen, 1 miljoen uitgeven per dag en briefjes van 500.000. Het geld is hier niets waard, ze gebruiken zelfs de briefjes van 500 en 1000 om het vuur mee aan te maken op straat, om op te koken!

Dankzij de vriendelijke dochter van het hotel, hebben we heerlijk gegeten. Twee nationale gerechten van Vietnam zijn Pho, wat je uitspreekt als ‘fuhh’ en Bun Bo Nam Bo. De eerste is een lekker Noodle soepje met ‘beef’ in allerlei varianten en de tweede is een noodle gerecht met vanalles en nog wat. Heerlijk om na een dagje wandelen weer van aan te sterken en goed voor de portemonnaie. Dit geldt ook voor de ‘Bia Hoi’ het lokale bier, voor nog geen 18 cent per glas! Na een avond en twee dagen rondstruinen en de bezienswaardigheden van Hanoi te hebben bekeken, konden we de meeste spullen laten staan in het hotel voor een boottocht van 3 dagen in Halong Bay. 1 van de ‘7 new wonders of nature’. Erg toeristisch, maar erg mooi en groots om te zien. Na een nacht op de boot en een nacht op Cat Ba Island werden we gisteravond weer afgezet bij het hotel in Hanoi.

Omdat het de laatste dagen flink is afgekoeld en zo’n tripje toch wel erg toeristisch is, besluiten we om zuidwaarts te gaan en geen andere tours meer te doen. Vanmorgen zijn we daarom vroeg opgestaan om met de trein naar Ninh Binh te reizen.

Een veelgestelde vraag: Hoe gaat het met jullie na al weer anderhalve maand reizen? Het gaat heel goed en genieten samen elke dag van de dingen die we beleven. En om aan het verzoek van velen te voldoen, hebben we nog meer mooie ploaties online gezet, klik hier (of zie de slideshow).

Advertenties

Terug in de tijd

29 Nov

De grens over naar Laos ging erg makkelijk. In een bootje stappen, de Mekong over, 35 dollar lappen bij de Loatiaanse immigratie (voor Duitsers was het vreemd genoeg 30 dollar) voor een stempel en een kladje invullen waarop alles verkeerd gespeld staat.

Wat we niet hadden verwacht, maar wat wel zo is, is dat Laos toch 20 jaar terug in de tijd lijkt vergeleken bij Thailand. In de  dorpen buiten de paar grotere plaatsen in Laos staan alleen maar houten hutjes en lopen 10 kippen, 5 eenden en een paar swienties rond de keet. De mensen zijn hier wel vriendelijker dan in Thailand. Alle kinderen op straat roepen ons constant “Sa-Bai-Dee” (Hallo) na en iedereen glimlacht als je ze aankijken. Laos is ook veel bergachtiger dan Thailand en er is hier ook veel meer bos. Iets wat minder prettig is, is dat veel mensen hier enorm rochelen en een flinke fluim over straat slingeren.

Na de grensovergang zijn we meteen met de bus naar Luang NamTha gegaan. Het was weer een busrit “to remember”. Na een half uur ongeveer stopte de buschauffeur de bus, omdat het enorm stonk. Hij had blijkbaar niet door dat het gewoon iets van koeienmest was op het omringende land en vroeg iedereen wie er eentje afgeknepen had. Achter in de bus zaten wij met nog een paar toeristen en de rest van de Laotiaanse passagiers keken allemaal achterom alsof iemand van de toeristen de dader was. Zonder het voor hun grote raadsel opgelost te hebben, zijn we maar verder gereden en hielden bijna alle Loatianen hun jas of shirt over hun gezicht om de allang verdwenen stank tegen te houden. Niet lang daarna knalde er een band van de bus en stonden we weer stil, maar net als in Thailand keken ze of de andere van de 2 aan elke kant nog goed was en reden ze maar door over de zand/steen/berg-wegen. Na iets van 2 uur hadden we een plaspauze en konden we wat te eten kopen in een straatstalletje, maar toen we weer vertrokken vergaten we een vrouw en een kind. Ze renden en schreeuwden achter de bus aan, maar de chauffeur had het niet door. Pas toen wij naar voren schreeuwden stopte de bus, werd de bus in de achteruit gezet en konden ze gelukkig alsnog instappen. Na weer een tijdje over de slingerige slechte bergweggetjes te hebben geraced en een varken aangereden te hebben begon het ergste. Het schijnt in Laos heel gebruikelijk te zijn om tijdens een busrit te gaan kotsen. De een doet het in een zakje, maar de meesten doen het gewoon uit het raam en niet zo’n klein beetje ook. Het ging constant door en niemand keek op of om van dit schijnbaar normale gebruik. Ondanks alles zijn we aangekomen in Luang NamTha.

In Luang NamTha hebben we een leuk Nederlands stel ontmoet waar we wat mee hebben gegeten en verhalen en ervaringen mee hebben gedeeld. De volgende dag hebben we een fiets gehuurd en de hele dag rond gefietst in de vallei waarin het dorp ligt. Het is een prachtig gebied met veel “hilltribe villages”, mooie natuur en men was er volop bezig met het oogsten van de rijst. Na een lange dag fietsen kwamen we terecht in een karaokebar/biergarten. De muziek stond zo enorm hard dat we elkaar niet konden verstaan. Waar we nu ook achterkomen is dat de Laotianen iets heel erg leuk vinden en dat is “veel bier zuipen en ladderzat worden”.

Omdat we het te ver vinden om met de bus direct naar Luang Prabang te gaan, blijven we een nacht in Muang Xai waar verder niet veel te beleven is en we dus de volgende dag vroeg weer verder gaan. Weer een heftige busrit, met wederom kotsende mensen (eentje lukte het niet om uit de bus te mikken maar kreeg het over zijn eigen kleren). Nog een Israelier geholpen om zijn fiets op het dak van de bus te tillen. Respect voor de mensen die met de fiets over de wereld fietsen (ondanks dat hij nu de bus nam). Hij fietste van het graf van zijn grootvader in Polen naar Bangkok en had een tentje en een gasstelletje bij zich waarmee hij soms echt moest schuilen in het bos, omdat kamperen niet gebruikelijk was in sommige gebieden. Eenmaal aangekomen op het busstation van Luang Prabang hebben we de tuk-tuk gedeeld met een Japanner om naar het centrum te rijden. De Japanner was onder de indruk van onze eerdere belevenissen in Japan en was zelf op vakantie in Laos en Thailand omdat het lekker goedkoop is.

Luang Prabang staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO en ligt aan de Mekong. De Franse invloeden zijn hier duidelijk zichtbaar, de architectuur, de bakkertjes met Franse baguettes en de jeu-de-boules banen vind je op elke hoek van de straat. We konden het daarom niet laten om na 1 maand Aziatisch eten, bij een cafeetje 2 chocoladegebakjes te bestellen.

Onze paspoorten liggen sinds gisteren bij het Vietnamese consulaat om te worden voorzien van een visum voor Vietnam. Hoe sneller je je paspoort weer terug wilt, des te meer je moet dokken. We wachten daarom tot morgen.

Gisteren hadden we een relax dag (heerlijk zo’n siësta) en vandaag zijn we naar de Kuang Si watervallen geweest, check hier de video. Een schitterende waterval met verschillende niveau’s die ons doet denken aan de watervallen van Erawan in Thailand 6 jaar geleden, alleen deze vinden we zelfs nog iets indrukwekkender, omdat we helemaal naar de top konden.

’s Avonds zijn we nog naar de Phou-si (pussy) berg geweest en hebben we de zonsondergang gezien over de Mekong. Best zwaar hoor dit leventje van ons.

Check ook onze nieuwe Wisjedat pagina!

Gloetjes Belt en Jolina

Eat to live but live to eat

22 Nov

Toch wel grappig als je een tijdje wat meekrijgt van de Boeddhistische monniken. We hebben al best veel tempels bezocht en vaak zie je daar spreuken staan uit de leer van het Boeddhisme. Niet alles spreekt ons aan en we komen echt niet in een oranje kleed en op blote voeten terug, maar sommige dingen zijn best te begrijpen……

Door het overstroomde gebied zijn we richting het noorden getrokken naar Sukhothai. We zijn (alweer) naar een guesthouse gegaan waar we 6 jaar geleden ook zijn geweest, omdat het daar de vorige keer super was. Ze herkenden ons nog net niet, maar toen ze hoorden dat we er eerder hadden overnacht, waren ze helemaal vereerd.  Wij herkennen het zelf nog erg goed, de hutjes zijn hetzelfde en de banana-pancakes zijn nog net zo lekker als de vorige keer.

Uiteraard zijn we naar het Sukhothai Historical Park geweest en hebben we het totale gebied, ongeveer 20km, met tempel ruïnes per fiets bekeken. Het was wel extreem warm in de zon. Zo, en nu even geen ruïnes meer. We proberen nu steeds meer ook wat relax dagen in te plannen. Dan gaan we wat foto’s doen op de laptop en alvast even van alles op internet opzoeken over de komende week. Na flink bijgepraat te hebben met de mensen van Ban Thai Guesthouse kregen we het over wat we lekkere gerechten vonden van Thailand en kwamen we al gauw uit bij Massaman Curry  en Sticky Rice with Mango. Beiden hadden ze niet meer in huis, maar de curry hebben ze speciaal uit Bangkok laten overkomen (met de rest van de bestelling) en voor de Sticky Rice with Mango is Bert samen met Bird op de brommer naar de markt gereden om alle ingrediënten op te halen. Dat was echt leuk. We hebben hier elke dag heerlijk gegeten.

Van Sukhothai naar Chiang Mai, nog verder naar het noorden van Thialand, was een wat langere busrit. We slapen in een wat minder familiaire guesthouse, maar meer een typische Lonely Planet hippies-achtige sfeer. Zonder een vol getatoeëerd lichaam, dreadlocks en een pak sigaretten in je mond val je hier in ieder geval wel op. Ach het is goedkoop, dicht bij het centrum en best gezellig ook nog. Chiang Mai is de grootste stad van Noord-Thailand en trekt na Bangkok misschien wel de meeste toeristen. Je kunt vanuit hier heel veel trektochten in de omringende bergen doen, naar inheemse bergstammen gaan en op olifanten rijden enz.. In en net buiten de stad zijn ook nog een aantal mooie tempels, die hebben wij alleen bekeken om toch vrij snel uit deze drukke – met toeristen en verkeer – volgepakte smog-stad te vertrekken.

Na Chiang Mai zijn we verder met de bus naar het noordoosten gegaan, naar Chiang Rai. De omgeving wordt steeds mooier hoe verder we naar het noorden gaan. Steeds hogere bergen en slingerende weggetjes. We zijn niet de stad ingegaan, maar we hebben een guesthouse (Bamboo Nest Guesthouse) gevonden midden in de bergen 23km buiten Chiang Rai. De rit er naartoe was onvergetelijk. De eigenaresse (Nok) is een piepklein vrouwtje, maar ze bestuurde de jeep erg goed over wat een weg moest voorstellen, maar het was meer een uitgehakt modder, rotsachtige doorgang naar de top van een berg. Toen we aankwamen wisten we niet wat we zagen. Vier mooie bungalowtjes met uitzicht over de bergen, rijstvelden en een groep grote buffels ………. Dit was precies wat we even nodig hadden. Wat een rust hier. Nok en Noi maken ook nog eens de heerlijkste gerechten, waarvan het meeste uit eigen tuin komt.

Hier zouden we wel een week willen blijven, maar dat kan helaas niet. Dat krijg je als je zomaar komt aanwaaien, dus het worden 2 nachten. Samen met een Amerikaans stel uit San Francisco trekken we de bergen in. We hebben een schets gekregen met wat aanwijzingspunten. Deze had Nok ’s ochtends even snel voor ons getekend. Het was een heavy tocht over steile stukken, langs Akha– en Lahu dorpen in de bergen en een grote waterval. Na een paar uur kregen we eindelijk door dat we de verkeerde afslag hadden genomen, waardoor we een uur in de verkeerde richting waren gelopen. Toen zijn we maar terug gegaan. Na meer dan 5 uur door de bergen trekken kwamen we uitgeput terug bij ons hutje. ’s Avonds hebben we samen met het Amerikaanse stel een kampvuur gemaakt en wat gedronken. Zij verhuizen binnenkort naar New York en mochten wij daar nog terecht komen dan zijn we welkom om bij hun te blijven. De volgende ochtend zijn we om 6 uur het bed uitgegaan en hebben we de zonsopgang gezien over de bergen met de mist door de valleien en zijn we door de rijstvelden naar de buffels gelopen. Dichterbij dan 10 meter zijn we maar niet gegaan, want Noi verzekerde ons dat ze niet zo van ‘white people’ hielden.

Jammer dat we weer verder moesten, maar ook wel weer zin om verder te gaan. Binnenkort de grens over naar Laos en we kijken ook uit naar Vietnam. Daar horen we van veel mensen erg goede verhalen over.

Vanmorgen waren we nog in Chiang Rai, een veel leuker stadje dan Chiang Mai met een super leuke lokale markt met vis, vlees, groenten, fruit en van alles nog wat. Je ziet deze markten overal wel maar dit is toch de gezelligste die we gezien hebben. En nu zitten we in Chiang Khong op een veranda, uitkijkend over de machtige Mekong rivier, die Thailand scheidt van Laos, waar we morgenvroeg naartoe gaan. We zijn benieuwd, mochten jullie nog tips hebben, dan horen we die uiteraard graag……