Tag Archives: New York

Echt Andes

14 Sep

Na twee korte vluchtjes van 3 en 4 uur, en een tussenstop in Miami, zetten we voor het eerst voet op Zuid-Amerikaanse bodem. Het voelt alsof we weer opnieuw op reis gaan, de backpack weer op, geen campertje, Mimi of Norman meer die ons (op Mimi na dan) brachten waar we naar toe wilden en waar we maanden lang lekker in hebben geslapen. Weer afhankelijk zijn van het openbaar vervoer, de reisboekjes raadplegen en elke dag maar zien waar er een bed op ons staat te wachten.

Het eerste hostel hebben we al in New York geboekt, omdat we ’s avonds om 11 uur landen. We zouden worden opgehaald van het vliegveld. Er staan heel wat mannetjes in strakke pakjes met sjieke naambordjes, maar de naam van ons hotel is in geen velden of wegen te bekennen. Na een half uur wachten besluiten we bij de info-balie te informeren en vragen het meisje in onze ‘Spaanse handen en voeten taal’ om ons hotel even te bellen, por favor. No problemo! Mooi, dat horen we graag. Nog even veinte minutos wachten, veinte, veinte, afgaand op de Franse taal zal dat wel 20 zijn. Ondertussen krijgen we allemaal foldertjes van haar mee, zodat we wat te doen hebben en na 15 minutos komt ons mannetje al naar ons toerennen. Niet strak in pak en ook geen sjiek naambordje, fijn! Buiten het vliegveld valt al snel op dat er veel ‘gated communities’ zijn. Dat zijn bewaakte woonwijken die we ook tijdens onze reis in Midden-Amerika, in Costa Rica en Panama veel zagen. En daar omheen veel armoede en onafgemaakte hokjes wat als huis dienst doet. We moeten eerlijk gezegd even wennen aan deze omslag, na ongeveer 5 enhalve maand westers leven. We hebben het de eerste dagen dan ook even lekker rustig aan gedaan, om te acclimatiseren. Nou ja, rustig voor zover dat kon. De autoalarmen maken overuren en gaan op de één of andere bizarre manier, om de beurt af. En niet een gewoon alarm, nee, met alle toeters en bellen erop en eraan. We kunnen het deuntje ondertussen dromen. Daarnaast tettert andere muziek de winkeltjes uit en merken we al gauw dat 2Unlimited hier ontzettend populair is. No, no, nononono! Want onze Ray en Anita komen we onderweg ook tegen tijdens de busritjes (waarbij je de iPod dus in de tas kunt laten) en je lekker kunt luisteren naar de keiharde muziek die wordt gedraaid en zelfs tijdens het ontbijt in het hotelletje in Baños kwamen ze voorbij.  Hiermee zijn ook eigenlijk alle mindere kanten van Zuid-Amerika genoemd, want we zijn nu na Ecuador erg blij dat we hier ook naartoe zijn gegaan. Tijdens het acclimatiseren en het wennen aan de plaatselijke herrie, hebben we onder andere de terugvlucht naar ‘huis’ geboekt. En vliegen we (voor degenen die het nog niet hebben gehoord) zondag 18 november naar Schiphol!!! Waarvandaan we vliegen blijft nog even een verrassing.

Na Guayaquil vertrekken we naar het westen richting de kust. Onderweg zien we veel verschillende landschappen, armoede en toch ook rommel en vervuiling. De kustplaatsjes Montanita en Puerto Lopez zijn echter schoon en duidelijk op het toerisme ingesteld. Vooral Montanita. We wilden hier eerst twee nachten blijven, maar na de eerste avond zien en horen we vooral, dat één nacht hier genoeg is. Hetzelfde geldt voor Puerto Lopez. Een vissersdorpje wat voor de toeristen vooral aantrekkelijk is vanwege de ‘Humpback Wales’ tochtjes. Aangezien we deze machtige beesten al in Alaska boven het water uit hebben zien toornen besluiten we dus om door te reizen naar Quito. De bergen in! Het is een hele mooie tocht, het landschap wordt groener, er staan Frieze koeien in de wei en alles wordt een stukje mooier.

Quito is cool! Veel kleine winkeltjes, cafeetjes, kerkjes, steegjes en drukte op straat. Een levendige stad. ’s Middags eten we net als de Ecuadorianen de ‘almuerzos’, een complete lunch met een sapje, een soepje, vlees, rijst en groenten voor nog geen 1 euro 50 p.p. Onze conditie is ver te zoeken door de hoogte. Quito ligt op 2800 meter en het lijkt alsof onze longen niet genoeg zuurstof opnemen. We doen dus nog steeds lekker rustig aan. We bezoeken de beroemde markt van Otavalo waar Bert zijn onderhandelingstechnieken weer eens kan gebruiken. Gelukkig is daar nog steeds niets mis mee. Hoewel onze tassen daar anders over denken. We hebben maar even uitgezocht waar onze tassen bij alle aankomende vluchten aan moeten voldoen en voor de handbagage geldt geen restrictie voor het gewicht, dus dat wordt sjouwen! We hebben daarom ook maar even een extra Ecuadoriaanse tas gekocht. Wie weet wordt deze straks vergezeld door nog een Peruaanse. We vieren mijn verjaardag met allemaal vreemde, leuke mensen in een hostel in Quito. De verassingstaart die Bert stiekem had geregeld, viel goed in de smaak.

Omdat de hoogte ons nog steeds parten speelt, duizeligheid en een zwakke maag, besluiten we om ons te verwennen en een ‘honeymoon suite’ bij Cotopaxi te regelen in een prachtige vallei op 3500 hoogte in de Andes. Uitzicht op de met sneeuw bedekte Cotopaxi vulkaan(hij lijkt een beetje op Mount Fuji), 3 honden, 2 lama’s een stuk of wat paarden, een huiskamer met open haard en hartelijke mensen en ontvangst met glühwein! Helaas laat de berg zich niet vaak zien, maar dat vinden we niet zo erg. Bert heeft een dagje ziek op bed gelegen en verder hebben we lekker op de bank met de honden liggen lezen en filmpjes gemaakt van onze avonturen. De laatste dag voelen we ons goed en besluiten we nog een rondje te mountainbiken, om even het luie zweet eruit te werken. We beginnen huiverig, want 2 dagen eerder kwam een Engelse jongen die daar ook verbleef helemaal kapot terug van datzelfde rondje. Maar onze Hollandse fietsbenen hebben blijkbaar geen moeite met de hoogte en het ging dus vrij makkelijk.

Na een nachtje in Latacunga komen we aan in Quilotoa. De busrit was prachtig, dwars door het Andesgebergte. De bergen hier, lijken op mooie gekleurde lappendekens, door alle verschillende kleuren akkervelden. We eten kippensoep met de familie van het hotel. Het zijn wel ruwe bolsters hier, smakelijk kijken we toe hoe de dochters van het gezin de kippenpoten verorberen. En dan hebben we het niet over de dijtjes, maar echt de pootjes met teentjes. Alleen de nageltjes worden op de grond bij de kachel gegooid, verder wordt alles keurig opgegeten. Ik bestel m’n soepje maar gauw zonder pootje. Brrr… Quilotoa staat bekend om zijn kratermeer. Een tocht die ik niet snel zal vergeten. Naar beneden ging nog wel, maar naar boven was een ware beproeving. Ik heb het gered, maar vraag niet hoe. Volgende keer maar een mountainbike mee. De rest van de dag heb ik lekker in bed gelegen terwijl Bert voorbereidingen trof om de houtkachel in ons kamertje aan de praat te krijgen. Toen het vrouwtje eraan kwam met de lucifers werd ‘zijn’ taak echter overgenomen door het vrouwtje. Mmmm, je had zijn gezicht moeten zien.

In Baños is het helaas regenachtig weer en maken we er maar een culinaire stedentrip van. We hebben hier heerlijk gegeten bij verschillende restaurantjes. Bij een Spaanse tapascafé praten we (eh, nee, eigenlijk praat de eigenaar voornamelijk, terwijl wij lekker van de tapas genieten) honderduit over lekker eten en ontvangen we culinaire tips voor de rest van onze reis. Hier genieten we ook eindelijk weer eens van een heerlijke fles rode wijn. En niet te vergeten het stoombad. Het lijkt misschien een beetje vreemd, maar ow, wat was dat lekker. Vijf keer wisselen van stoombad naar koud bad en ten slotte met een waterslang met harde koude straal weer op de wereld gezet worden. Heerlijk!

Cuenca is voor ons de laatste plaats van betekenis in Ecuador, voordat we met de bus vanuit Machala naar Peru vertrekken. Luïz, de hoteleigenaar is alleraardigst en laat ons vol enthousiasme zijn kruidentuintje zien en ruiken, voordat we worden losgelaten om de stad te verkennen. Het weer is lekker zonnig en we vullen de dagen met het slenteren langs de rivier, de plazas en de kerkjes.

Bert heeft nog één missie, de cuy, oftewel het beestje dat wij als huisdier kennen, de cavia. Er zijn echter een paar verschillen, hier is het een delicatesse, het beestje is (uitgerekt) ongeveer 3 keer zo groot en hij draait niet zelf rondjes in een radje, maar wordt gedraaid, samen met z’n vriendjes boven de grill. We moeten een uurtje wachten totdat de cuy is uitgedraaid, maar uiteindelijk is Bert z’n missie geslaagd. Gezien de grootte besluiten we één exemplaar te bestellen, die we eens even flink bij de oren hebben gepakt. De smaak is op zich wel lekker, maar de textuur (hoor mij, jaja, het culinaire uitstapje in Baños werpt z’n vruchten af) is vreemd, plakkerig. En daarnaast zit er eigenlijk niet zo veel vlees aan het beestje en vraag ik me af waarom je zoveel moeite wilt doen, doe mij maar gewoon kip. Bert kan het beestje wel waarderen en vindt vooral de dijtjes lekker.

We hadden vooraf geen verwachtingen van Ecuador, maar we zijn erg blij dat we besloten hebben hiernaartoe te gaan. Vooral het gebied hoog in de Andes met zijn vulkanen, kratermeren en prachtige valleien. De mooie Spaans beïnvloedde koloniale steden als Cuenca en Quito die gebouwd zijn om gezellige plaza’s. En het eten is overal echt heel erg lekker.

Klik hier voor meer foto’s van Ecuador. Volgende keer is Peru aan de beurt!

Advertenties

Coast to Coast

13 Aug

Hèhè, daar zijn we weer. Alweer een tijdje geleden. Dat betekent niet dat we niet zo veel beleefd hebben, integendeel!!

Jullie waren al op de hoogte van het overlijden van onze eerste auto, maar na dit kleine oponthoud en een nieuwe auto hebben we inmiddels een groot deel van Zuidwest USA gezien. Naast een paar erg leuke steden hebben we voornamelijk gekampeerd in een aantal van de vele prachtige Nationale Parken in deze omgeving. We zijn niet in Los Angeles gebleven, omdat iedereen zegt dat er niets te zien is dus haalden we onze auto op en gingen meteen rijden. Vanuit Los Angeles zijn we deels over de Route 66 naar de Grand Canyon gereden. Onderweg kom je allerlei spookstadjes tegen met souvenirwinkeltjes, oude verlaten auto’s en andere aandenken aan deze bekende weg van Chicago naar LA. Tegenwoordig door de interstate snelwegen hebben deze dorpjes geen nut meer helaas. Weg tankstation, weg motel, weg saloon, dus hadden wij even geluk dat we pech hadden bij een van de weinig overgebleven garages.

Onze auto is trouwens weer een campervan. Nu nog iets kleiner dan dat we in Ozzie en Nieuw Zeeland hadden. We slapen achterin de koffer maar ik (Bert) kan nog steeds languit en comfortabel liggen. Voor ons weer perfect en een redelijk goedkope manier om hier rond te reizen. De eerste nacht hebben we bijvoorbeeld op de parkeerplaats van een McDonalds gestaan (free WiFi).

Eenmaal aangekomen bij de Grand Canyon zien we waar het gedoe toch elke keer om is. Woorden schieten gewoon tekort en foto’s doen al helemaal de grootsheid van deze Canyon geen eer aan. Vooral de eerste blik … de eerste keer dat je in die enorme uitgestrekte diepte kijkt. In een ‘BBC Earth’ -achtig filmpje in het park werd dat mooi beschreven; “The first view of the Canyon goes beyond the stretch of your imagination”. Het duurde even voordat onze kaken weer aan elkaar zaten. We hebben hier met een aantal dagen kamperen lekker de tijd genomen om veel van de omgeving te zien. Na de lange wandelingen die we in en langs de Canyon hebben gemaakt, zijn we een helikopter ingestapt. Een geweldige ervaring waarmee we de grootsheid van de Grand Canyon nog beter kunnen zien. Genoeg hierover, go see it yourselves!

Doorgereden naar een van de andere iconische natuurfenomenen van de US, Monument Valley. In een woestijnachtig landschap staan hier rotsvormen die de overblijfselen zijn van een hoger plateau dat is uitgesleten door zeeën en rivieren. Hierna zijn we naar Zion National Park gegaan. Hier hebben we ook een aantal dagen gekampeerd. In dit erg populaire park voor Amerikanen zijn prachtige hikes in de vallei maar ook over de gigantisch hoge en steile rotswanden te maken.

Heel even hebben we de mooie natuur achter ons gelaten voor het compleet tegenovergestelde, “Sin City”, Las Vegas. We zijn allebei helemaal geen gokkers maar als je hier bent moet je het toch even proberen. Iets waar je niet met een 100 dollar inleg hoeft te beginnen, de pennyslots, oftewel de “eenarmige bandieten”. Het had niet veel gescheeld of we waren nooit meer teruggekomen, maar in totaal hebben we 2 dollar verlies geleden. We hebben ons 2 dagen reuze vermaakt in een knettergek hotel met binnen een pretpark (inclusief rollercoasters), in een knettergekke stad met knettergekke mensen, heel veel lampjes en belletjes, heel heel veel siliconen, en mega heet weer. Na alle casino’s, het vrijheidsbeeld, de Eifeltoren en Egyptische piramides zijn we toch ook blij dat we weer vertrekken. Las Vegas is alles wat je er bij voorstelt en in films gezien hebt maal factor 10.

De bedoeling was om na Vegas een nacht in Death Valley te blijven maar al gauw hadden we door dat dat toch niet ging gebeuren. Het landschap is hier bijzonder en “doods”. Maar met een temperatuur van dik over de 50 graden hadden wij het idee dat een nacht hier blijven zou betekenen dat we onderdeel van deze natuur zouden worden. Die paar keer dat we onderweg uit onze airco op wielen kwamen om foto’s te maken, moest je bijna een zuurstofmasker op hebben om te voorkomen dat je deze hete lucht inademde.

Het volgende nationale park waar we kampeerden was Sequoia. Iedereen heeft er waarschijnlijk wel eens van gehoord. Sequoia’s zijn de grootste bomen op aarde. Niet de hoogste, maar de bomen met het meeste volume. Toch zijn ze nog mega-hoog. Als ze in de souvenirshops nekbraces zouden verkopen dan hadden ze daar een goeie business aan gehad. Grootste trekpleister in het park was “General Sherman” de grootste boom ter wereld! Terwijl hij eigenlijk helemaal niet zo bijzonder was in een bos met honderden Sequoia’s. We stonden op een erg leuk natuurcampingkje naast een riviertje waar we ons ’s avonds in konden wassen, wat erg goed uitkwam. Tijdens een lange hike door de bossen hebben we hier zomaar van redelijk dichtbij nog 2 zwarte beren gezien. Gewoon in het wild en niet vanuit een busje ofzo maar alleen wat gras en een paar bomen tussen ons en deze wilde vleesverslindende monsters. Maar ze merkten ons niet op en waren waarschijnlijk al vol van een frisse madeliefjes-salade.

Hierna wilden we eigenlijk door naar Yosemite National Park, maar moesten we onderweg in Fresno stoppen. Een stadje waar eigenlijk niet veel te beleven valt voor toeristen. Maar omdat onze creditcard werd geweigerd op de website van American Airlines om een ticket te boeken naar Zuid-Amerika, moesten we hier langs het vliegveld om de tickets cash te betalen.

Bij de Starbucks (gratis WiFi) in Fresno gingen we kijken waar het vliegveld was toen we aan de praat raakten met een Amerikaanse local die onze vlaggentas erg leuk vond. Hij had, toen hij nog jong was, een jaar door Europa gereisd en was ook in Nederland geweest. Hij had op Texel in café “de Slock” gewerkt. En omdat de Nederlanders allemaal zo goed voor hem waren geweest wilde hij iets voor ze terug doen. Hij nodigde ons daarom uit om ’s avonds met hem en zijn vrienden mee te gaan naar een baseball game van de Fresno Grizzlies, uit eten te gaan naar een Japans restaurant en om bij hun te blijven slapen. Daar konden we geen nee tegen zeggen. We hebben een erg gezellige avond gehad. Bedankt Dave en natuurlijk alle Nederlanders die zo vriendelijk voor hem waren geweest toen hij in Nederland was! En het is gelukkig met de tickets naar Zuid-Amerika ook goed gekomen.

Yosemite is een van de bekendste en populairste parken van de US. We komen er aan op een zaterdag in de zomer en dat betekent file-rijden naar de ingang. Wat een berg mensen, verschrikkelijk zonde van deze mooie omgeving. Gelukkig is het op de natuurcampings minder druk en zodra je een langere wandeling maakt dan raak je de meeste mensen wel kwijt. Als je de mensen wegdenkt is het wel een bijzonder mooi natuurgebied. We hebben hier ook nog een erg luie bobcat gezien. Waarschijnlijk een kruising tussen onze poes en een tijger.

We laten de natuur achter ons en gaan naar San Francisco. Een leuke stad. Bijzonder rustig op straat, waardoor je totaal niet het idee hebt dat er honderdduizenden mensen wonen. San Francisco geldt als een wandelstad, omdat het centrum met de bijzonderheden zo compact is. Compact is het wel maar even rustig wandelen is er niet bij. Het gaat er constant heuvel op, heuvel af. En de heuvels zijn steiler dan sommige hikes die we gedaan hebben in de National Parks. Iedereen kent vast wel die scene waarin Steve McQueen met zijn Mustang over de weg steigert in de straten van San Francisco. Het is dat er bij het oppikken van onze auto nadrukkelijk werd vermeld “don’t fly off a ramp in San Francisco!”, anders hadden we het even geprobeerd. Bekendste en meest in het oog springende beeld van San Francisco is natuurlijk de “Golden Gate Bridge“. Bijzonder dat een brug zo bijzonder kan zijn. Alle verhalen en films helpen daar natuurlijk ook wel een beetje aan mee. Maar het is mooi om te zien als het bovenste deel van de pilaren verdwijnt in de mist. Door deze mist en de zeewind is het vaak erg koel in deze stad. Dat is best vreemd als je wekenlang hoge temperaturen hebt gehad in Zuidwest USA. Verder heb je er een bruisende Chinatown en veel leuke straatjes met cafeetjes, platenwinkels, bakkertjes, boutiekjes, enzovoort.

De weg van San Francisco terug naar Los Angeles werd ons vaak omschreven als een erg mooie weg langs de kust met mooie stranden en plaatsen. Wij vonden het echter een beetje boel tegenvallen. Het is vooral erg druk met verkeer, de stranden in Nederland aan de Noordzee doen er niet voor onder en plaatsen zoals Malibou, Venice Beach (Muscle Beach) en Santa Monica, welbekend van de Amerikaanse TV-series als Baywatch, vallen erg tegen. Alleen Santa Barbara was nog wel grappig. Een erg toeristisch shop-dorp waar we net een festival gemist hadden die ochtend, maar er nog volop werd na-gefeest. Van LA vlogen we ’s nachts (helaas weer zonder te slapen) door naar New York.

Hier komen we om 05.00 uur s’ochtends aan. Het openbaar vervoer is heel makkelijk en om 7 uur staan we daarom al voor ‘ons appartement’ in de wijk Brooklyn. Aangezien de hotels allemaal toch redelijk duur zijn, hebben we in San Francisco de website Airbnb.com afgespeurd naar een leuke kamer voor een betaalbare prijs. We slapen dus bij New Yorkers Mariska en Emily in huis. We delen de keuken, de woonkamer en de badkamer en hebben een eigen slaapkamer. Midden tussen de flatgebouwen hebben we zelfs een eigen volkstuintje waar iedereen zijn verse groenten en kruiden kan plukken. En aangezien ze beiden bijna niet thuis zijn, hebben we het hele appartement eigenlijk voor onszelf (samen met de kat Seymour). De dames kennen de stad op hun duimpjes en hebben allemaal leuke tips voor ons, erg handig dus en een echte aanrader. We hebben die ochtend eerst maar eens even lekker ontbeten bij Bedford Hill het stamcafeetje om de hoek en duiken daarna het bed in om even bij te slapen. Na twee dagen New York hebben we al besloten dat we in november nog een paar dagen blijven. Shoppen is hier een stuk goedkoper dan in Nederland, dus kunnen we dan mooi even inslaan! New York is gaaf! We hebben een onbeperkte weekpas voor de metro en crossen dus de hele dag met de subway door de stad. Van Times Square naar Chelsea Market en van Wall Street naar Harlem. De Highline is ook een aanrader, een wandelpad boven de weg aan de westkant van Manhattan, met veel groen en veel zitjes. Een fantastische plek om tussen de middag een broodje te eten, mensen te kijken en te genieten van alle stadsgeluiden om je heen. Er is hier ontzettend veel te zien en door alle tips van onze huisgenoten wordt onze to-do-lijst niet korter, maar alleen maar langer. Wat ook zo interessant is aan New York zijn de mensen die het een levendige boel maken. Van alle typetjes tot alle mensen die lang geleden hun verstand al verloren hebben. En van oudere zwarte mensen die de grootste lol hebben op straat in Brooklyn tot alle, soms erg goeie straat en subway artiesten. Als we alle artiesten die goed zijn een fooi zouden geven, dan zouden we na een paar dagen blut naar huis kunnen gaan. Breakdancers die op de vloer en aan de palen in de metro de mensen doen verbazen, een goeie Otis Redding imitator, klassieke muziek en complete bandjes die de mooiste liedjes maken, hopend dat ze een keer ontdekt worden. Wat we erg jammer vinden is dat we niet naar een wedstrijd van de Yankees zijn geweest. De enige thuiswedstrijd tijdens ons bezoek was helaas uitverkocht, op de onbetaalbare tickets na dan.

In New York hadden we ook nog een bijzondere ontmoeting. Negen maanden geleden in de bergen van Thailand hadden we een Amerikaans stel, Jeff en Vanessa, ontmoet van ongeveer dezelfde leeftijd, dat ook voor langere tijd aan het reizen was. We hebben gezamenlijk gehiked in Thailand en ze verbleven in hetzelfde guesthouse als ons. Na die paar dagen in Thailand hebben we nog regelmatig contact met ze gehad via de e-mail over hun en onze reizen. Nu wonen ze weer in New York en zien we ze weer. Een erg gezellige avond en die gaat er vast nog wel een keer komen.

Het is voor ons trouwens wel verrassend hoe de Amerikanen in het algemeen zijn. Voordat we in de USA aankwamen hadden we toch een beetje een vooroordeel. Dat ze zich beter voelen dan de rest van de wereld, erg schreeuwerig enz. Maar na meer dan een maand in allemaal erg verschillende staten zijn wij helemaal omgeslagen. De mensen zijn hier voornamelijk erg vriendelijk, behulpzaam en geïnteresseerd. Dat maakt naast al die prachtige dingen die we hier hebben gezien toch de USA ook weer een van de hoogtepunten van onze reis.

Maar eerst dus nog naar Zuid Amerika. Het voelt eigenlijk best gek, want we zijn steeds heel ver geweest en nu we in NY zijn, voelt het alsof we heel dichtbij ‘thuis’ zijn. En dan vliegen we straks weer de andere kant op! We vliegen naar Guayaquil in Ecuador en denken eraan om ook Peru en Bolivia te bezoeken. We willen eigenlijk ook Argentinië en Chili zien, maar dat wordt waarschijnlijk te veel en we hebben geen zin om elke dag 6 uur in de bus te moeten zitten. Dat wordt dus tijdens een aparte vakantie.

Jullie vragen je natuurlijk wanneer we nu eindelijk eens terugkomen. Eerlijk gezegd willen we daar nog niet echt aan denken, maar we hebben het toch stiekem even gedaan (voor jullie gemoedstoestand). Onze retourvlucht naar New York is op 4 november en we komen aan in New York op de 5e. We gaan dan nog even 1 of 2 dagen extra shoppen. Met waarschijnlijk een kleine omweg zullen we dan richting Nederland gaan. Zet het maar vast in de agenda, halverwege november zullen we waarschijnlijk weer onze vieze voeten op de Nederlandse aardbodem zetten. Als we de vlucht hebben geboekt dan horen jullie het.

Nog meer leuke foto’s van de onze trip in de USA natuurlijk weer op Flickr.

Eat to live but live to eat

22 Nov

Toch wel grappig als je een tijdje wat meekrijgt van de Boeddhistische monniken. We hebben al best veel tempels bezocht en vaak zie je daar spreuken staan uit de leer van het Boeddhisme. Niet alles spreekt ons aan en we komen echt niet in een oranje kleed en op blote voeten terug, maar sommige dingen zijn best te begrijpen……

Door het overstroomde gebied zijn we richting het noorden getrokken naar Sukhothai. We zijn (alweer) naar een guesthouse gegaan waar we 6 jaar geleden ook zijn geweest, omdat het daar de vorige keer super was. Ze herkenden ons nog net niet, maar toen ze hoorden dat we er eerder hadden overnacht, waren ze helemaal vereerd.  Wij herkennen het zelf nog erg goed, de hutjes zijn hetzelfde en de banana-pancakes zijn nog net zo lekker als de vorige keer.

Uiteraard zijn we naar het Sukhothai Historical Park geweest en hebben we het totale gebied, ongeveer 20km, met tempel ruïnes per fiets bekeken. Het was wel extreem warm in de zon. Zo, en nu even geen ruïnes meer. We proberen nu steeds meer ook wat relax dagen in te plannen. Dan gaan we wat foto’s doen op de laptop en alvast even van alles op internet opzoeken over de komende week. Na flink bijgepraat te hebben met de mensen van Ban Thai Guesthouse kregen we het over wat we lekkere gerechten vonden van Thailand en kwamen we al gauw uit bij Massaman Curry  en Sticky Rice with Mango. Beiden hadden ze niet meer in huis, maar de curry hebben ze speciaal uit Bangkok laten overkomen (met de rest van de bestelling) en voor de Sticky Rice with Mango is Bert samen met Bird op de brommer naar de markt gereden om alle ingrediënten op te halen. Dat was echt leuk. We hebben hier elke dag heerlijk gegeten.

Van Sukhothai naar Chiang Mai, nog verder naar het noorden van Thialand, was een wat langere busrit. We slapen in een wat minder familiaire guesthouse, maar meer een typische Lonely Planet hippies-achtige sfeer. Zonder een vol getatoeëerd lichaam, dreadlocks en een pak sigaretten in je mond val je hier in ieder geval wel op. Ach het is goedkoop, dicht bij het centrum en best gezellig ook nog. Chiang Mai is de grootste stad van Noord-Thailand en trekt na Bangkok misschien wel de meeste toeristen. Je kunt vanuit hier heel veel trektochten in de omringende bergen doen, naar inheemse bergstammen gaan en op olifanten rijden enz.. In en net buiten de stad zijn ook nog een aantal mooie tempels, die hebben wij alleen bekeken om toch vrij snel uit deze drukke – met toeristen en verkeer – volgepakte smog-stad te vertrekken.

Na Chiang Mai zijn we verder met de bus naar het noordoosten gegaan, naar Chiang Rai. De omgeving wordt steeds mooier hoe verder we naar het noorden gaan. Steeds hogere bergen en slingerende weggetjes. We zijn niet de stad ingegaan, maar we hebben een guesthouse (Bamboo Nest Guesthouse) gevonden midden in de bergen 23km buiten Chiang Rai. De rit er naartoe was onvergetelijk. De eigenaresse (Nok) is een piepklein vrouwtje, maar ze bestuurde de jeep erg goed over wat een weg moest voorstellen, maar het was meer een uitgehakt modder, rotsachtige doorgang naar de top van een berg. Toen we aankwamen wisten we niet wat we zagen. Vier mooie bungalowtjes met uitzicht over de bergen, rijstvelden en een groep grote buffels ………. Dit was precies wat we even nodig hadden. Wat een rust hier. Nok en Noi maken ook nog eens de heerlijkste gerechten, waarvan het meeste uit eigen tuin komt.

Hier zouden we wel een week willen blijven, maar dat kan helaas niet. Dat krijg je als je zomaar komt aanwaaien, dus het worden 2 nachten. Samen met een Amerikaans stel uit San Francisco trekken we de bergen in. We hebben een schets gekregen met wat aanwijzingspunten. Deze had Nok ’s ochtends even snel voor ons getekend. Het was een heavy tocht over steile stukken, langs Akha– en Lahu dorpen in de bergen en een grote waterval. Na een paar uur kregen we eindelijk door dat we de verkeerde afslag hadden genomen, waardoor we een uur in de verkeerde richting waren gelopen. Toen zijn we maar terug gegaan. Na meer dan 5 uur door de bergen trekken kwamen we uitgeput terug bij ons hutje. ’s Avonds hebben we samen met het Amerikaanse stel een kampvuur gemaakt en wat gedronken. Zij verhuizen binnenkort naar New York en mochten wij daar nog terecht komen dan zijn we welkom om bij hun te blijven. De volgende ochtend zijn we om 6 uur het bed uitgegaan en hebben we de zonsopgang gezien over de bergen met de mist door de valleien en zijn we door de rijstvelden naar de buffels gelopen. Dichterbij dan 10 meter zijn we maar niet gegaan, want Noi verzekerde ons dat ze niet zo van ‘white people’ hielden.

Jammer dat we weer verder moesten, maar ook wel weer zin om verder te gaan. Binnenkort de grens over naar Laos en we kijken ook uit naar Vietnam. Daar horen we van veel mensen erg goede verhalen over.

Vanmorgen waren we nog in Chiang Rai, een veel leuker stadje dan Chiang Mai met een super leuke lokale markt met vis, vlees, groenten, fruit en van alles nog wat. Je ziet deze markten overal wel maar dit is toch de gezelligste die we gezien hebben. En nu zitten we in Chiang Khong op een veranda, uitkijkend over de machtige Mekong rivier, die Thailand scheidt van Laos, waar we morgenvroeg naartoe gaan. We zijn benieuwd, mochten jullie nog tips hebben, dan horen we die uiteraard graag……