Tag Archives: Peru

De weg naar Galapagos

3 Nov

Lang, lang geleden zag ik een documentaire over de Galapagos eilanden. Op dat moment leek het me een onbereikbaar stukje wereld, ver, heel ver weg van onze wereld en had ik nooit gedacht dat ik daar nog eens voet aan wal zou zetten en oog in oog zou staan met Blue-footed Boobies. Maar het ondenkbare is afgelopen week werkelijkheid geworden. Ik ben er nog ondersteboven van…

Het organiseren van het hele gebeuren heeft nogal wat voeten in aarde gehad. Alles in één keer laten regelen, dus een compleet pakket met vliegtickets en tour (cruise) kopen, of toch kijken of we het zelf kunnen doen. Aangezien de prijzen van de reisbureaus er niet om liegen, besluiten we om te kijken, of we het zelf kunnen doen. Daar komt bij, dat er voor de Galapagos vaak last minute aanbiedingen zijn, dus mocht het niet lukken om het zelf te doen, dan hebben we dat nog achter de hand. De reisbureaus willen daarnaast duidelijk verkopen, want ze geven aan dat het zelf niet te regelen valt en dat er aparte belastingen betaald moeten worden op het vliegveld, wanneer je het niet via hen koopt. We zijn echter al zoveel reizigers tegengekomen die het zelf hebben geregeld, dat we daar niet intrappen. Tijdens het reizen door Ecuador en Peru, verdiepen we ons in de wereld die Galapagos heet en hebben we een lijstje gemaakt met belangrijke informatie, zoals op welke eilanden je welke dieren kunt zien. En gaan we op zoek naar vliegtickets.

Het online boeken van een vlucht, wilde steeds maar niet lukken. Zou het dan toch niet kunnen? Zenuwslopend, want de terugvlucht naar New York (die we geboekt hebben als retourtje New York-Guayaquil) komt steeds dichterbij. We konden wel vluchten vinden, maar we konden ze steeds niet boeken, omdat ze uitverkocht zouden zijn. We geven niet op en blijven zoeken en proberen en in Bolivia komt dan eindelijk het internetbankieren schermpje in beeld. We kunnen betalen! We zijn beduusd, maar ik heb niet vaak zonder enige moeite, zo’n bedrag overgeboekt. Op de valreep, over twee weken is het zover, Galapagos here we come!

We vliegen van Zuid Peru (Arequipa) naar Noord Peru (Piura), omdat nationaal vliegen veel goedkoper is dan internationaal. Eenmaal in Piura hopen we een bus te kunnen regelen naar Guayaquil (Ecuador), vanwaar we de volgende dag weer naar de Galapagos vliegen. We hebben meerdere pogingen gedaan, om de bus al van tevoren te regelen, door te bellen en te mailen, maar de telefoonnummers werkten niet en op de emails hebben we nooit antwoord gekregen. Omdat we de grens over moeten, willen we een busmaatschappij die goed staat aangeschreven. Corruptie is hier de normaalste zaak van de wereld, dus als je niet oppast, sta je in je ondergoed in niemandsland tussen Peru en Ecuador. Dat wordt dus nog even spannend. De hoteleigenaar in Piura waar we ’s avonds aankomen is erg behulpzaam en belt meteen in de rondte, maar ook hem lukt het niet om contact te krijgen met de busmaatschappij (CIFA). Een andere goed aangeschreven maatschappij, Cruz del Sur, rijdt morgen niet, dus er zit niets anders op dan in een taxi te springen en naar het CIFA kantoor te rijden. Iets wat we ’s avonds normaal gesproken vermijden. Het kantoor staat op een erg vreemde plek in een achteraf buurtje, wat een verhoogde hartslag en wat zweetdruppeltjes veroorzaakte. Ik zag mezelf al staan in m’n onderbroek, maar gelukkig maakte dat beeld, nadat we de hoek omdraaiden, plaats voor het verlichte logo van CIFA en zag ik dat er nog licht brandde in het kantoor. Tien minuten later gingen we met twee bustickets voor de volgende ochtend weer terug naar het hotel. Op aanraden van de hoteleigenaar hebben we het bemachtigen van de felbegeerde bustickets gevierd bij de overbuurman, de Chinees.

Bijna in de zwembroek …

23 Okt

Peru zit er bijna op. En man, wat hebben we veel gezien. De titel van dit bericht is misschien een beetje vreemd, maar zodra je het bericht hieronder hebt gelezen, zul je snappen waar het op slaat.

Peru is een ontzettend gevarieerd land. We zijn bovenin begonnen vanuit Ecuador, waarbij we bij de grensovergang even moesten wachten op onze stempels, omdat het internet eruit lag. Maar na een uurtje stond er eindelijk een extra Ecuador en de eerste Peru stempel in onze paspoorten. We zijn begonnen in de badplaats Mancora, even heerlijk bijkomen aan het strand en zijn vervolgens naar Chiclayo gereden dwars door een gigantisch woestijngebied. Hier hebben we ons verdiept in de Moche en de Sipán cultuur. We hebben onder andere het Museo Tumbas Reales de Sipán in Lambayeque bezocht en de piramides van Tucumé.

Na deze culturele kennismaking met Peru zijn we het binnenland ingetrokken naar Cajamarca. Elke busrit duurt ongeveer 8 uur, en de buschauffeurs worden hier bij het examen, waarschijnlijk getest op hoe goed ze zijn in onveilig inhalen op bergpassen, voor gevaarlijke bochten, dus erg gevaarlijk. We komen elke keer weer zwetend de bus uit. Cajamarca is een leuk stadje, met weinig toeristen. Nadat we met twee andere toeristen hebben gesproken komen we erachter waarom, namelijk omdat het door veel buitenlandse ministeries als ‘onveilig’ wordt beschouwd en niet essentiële reizen naar dit gebied worden afgeraden. Hmm, worden we lui, dat we deze dingen niet meer uitzoeken? De onveiligheid zit hem in de demonstraties die hier worden gehouden tegen het mijnen. We hebben de demonstraties wel gezien, maar we hebben ons geen moment onveilig gevoeld. Integendeel zelfs. Achteraf lezen we op de minbuza website ook dat het gebied rond Chiclayo in het rijtje van ‘noodtoestand’ staat. We bezoeken even buiten de stad Cajamarca, Cumbe Mayo. Dachten we dat Nederlanders goed waren in watermanagement en kanaaltjes graven. Nou 1500 v.C. konden ze er hier ook wat van. Op een hoogte van 3300 meter zijn hier met de hand aquaducten gemaakt, zodat het water dat anders via de bergrug naar de Atlantische Oceaan zou stromen, nu de andere kant van de berg richting de Grote Oceaan zou stromen, en zo de gronden van het binnenland van Peru vruchtbaar maakte. Geweldig om te zien, hoe ingenieus ze in die tijd al waren, zonder alle moderne technologieën en gereedschappen van tegenwoordig.

We stappen de bus weer in om richting de kust, Trujillo te rijden. We besluiten om in het vissersdorpje ernaast, Huanchaco, oftewel surfersparadijs een bedje te zoeken. Naast de geweldige golven staat dit plaatsje bekend om de beroemde ruïnes van Chan Chan die op de Unesco werelderfgoedlijst staan. Dit was in de 15e eeuw de grootste stad in Zuid-Amerika tijdens het pré-Columbiaanse tijdperk.

De volgende bestemming wordt Huaraz, maar omdat dit met de bus ongelofelijk ver is, overnachten we ergens halverwege in Casma. Heel veel toeristen die we tegenkomen reizen ’s nachts, zodat langere afstanden afgelegd kunnen worden, maar omdat we erg genieten van alle verschillende landschappen, hebben we besloten om dit niet te doen, met name ook omdat we alle tijd hebben. In Huaraz hebben we de fantastische hike naar Laguna 69 gemaakt (zie hier het adembenemende verslag van deze wandeling).

In elk plaatsje is het weer een zoektocht naar de juiste bus om weer verder te reizen. Het is verstandig om dit een dag van tevoren te regelen. Want de bussen zitten telkens weer stampvol. Als je geluk hebt, heeft het plaatsje een Terminal Terrestre, een megagroot busstation, waar alle busmaatschappijen zijn vertegenwoordigt en je dus van hokje naar hokje kunt, om de beste tijd en prijs te vinden. Huaraz heeft deze echter niet, maar al rondlopend en shoppend vinden we al gauw de bus die ons de volgende dag naar Lima gaat brengen.

De rit is weer geweldig. We hebben een fantastisch uitzicht op de hele Cordillera Blanca en na acht uurtjes arriveren we ’s avonds in de hoofdstad van Peru, Lima. Het hostel dat we van tevoren hadden uitgezocht, blijkt dicht te zijn. De taxichauffeur probeert ons te helpen door bij andere hostels te informeren. Maar deze zijn ons allemaal een beetje te duur. Vandaar dat we een backpackershostel proberen. Deze heeft plek, en omdat het al laat wordt besluiten we hier de nacht door te brengen. Eentje om niet te vergeten. Een dronken personeelslid komt namelijk ’s nachts onze kamer binnenvallen, omdat ie dacht dat de kamer leeg was. O ja, en dan vergeet ik nog die mega kakkerlak die over Bert z’n rug liep en ons bed heen liep. Jak!! ’s Ochtends dus snel een andere hostel opgezocht! Lima is niet een hele bijzondere stad. Omdat we ondertussen wel genoeg kerken en plazas hebben gezien, genieten we vooral van de boulevard langs het strand en een heel goed visrestaurant, waar we onze eerste nationale drankje van Peru bestellen, de Pisco Sour. Heerlijk! In Lima staan we voor een groot dilemma. De volgende bestemming Cusco ligt namelijk op meer dan 20 uur rijden met de bus. En ja, we willen zo veel mogelijk van de omgeving zien, maar dit gaat ons toch wat te ver. Omdat een vliegticket bijna net zo duur is, en maar 1 uurtje in beslag neemt, besluiten we, zonder er twee keer over na te moeten denken, om een vliegticket te boeken.

Cusco is het startpunt voor Machu Picchu. Zoals jullie al hebben kunnen lezen, was dit een geweldige ervaring. It’s Magical! Zie hier het verslag met de fantastische foto’s. De terugreis naar Cusco verliep niet zo soepel. Vanwege demonstraties in Cusco, dit keer tegen de hoge benzineprijzen, kon er geen verkeer in en uit Cusco rijden, waardoor er geen enkele bus te bekennen was in Ollantaytambo. Gelukkig kwamen we twee jongens tegen uit Lima, die ook naar Cusco wilden en die een taxi hadden geregeld. Deze taxichauffeur wist wel een binnendoor weggetje, en zo konden we de taxi delen. Het was een leuke rit, de jongens wilden alles van Nederland weten en zij hadden allemaal tips voor goede restaurants. Zo zaten we die avond bij Chi Cha in Cusco. Een superfijn restaurant, van de Jamie Oliver van Peru, Gastón Acurio. Wat een smaaksensatie! Deze meneer heeft ervoor gezorgd dat de Peruviaanse keuken wereldwijd op de kaart is gezet. En we moeten zeggen dat we erg onder de indruk zijn. Helaas worden veel ingrediënten die worden gebruikt allemaal maar in Peru geteeld, en zijn deze in Europa niet te verkrijgen. Het toetje dat we hier hebben gehad, kunnen we echter wel maken, dus die houden jullie tegoed!

Van Cusco rijden we met de bus richting Puno. Dit ligt op de grens met Bolivia aan het Titicacameer. Dit meer is gigantisch groot, ongeveer een kwart van Nederland. Hoewel we helemaal niet van plan waren om naar Bolivia te gaan, besluiten we om dit toch te doen, voornamelijk op aanraden van andere reizigers die allemaal zeggen dat het eilandje in het meer aan de Boliviaanse kant een echte aanrader is. Dus we gaan de volgende dag probleemloos de grens over. Holanda? Ah, bueno, BAM stempel in het paspoort. Als Amerikaan heb je het toch wat lastiger. Amerikanen moeten eerst 135 dollar neerleggen, voordat ze binnen mogen komen. We rijden eerst door naar de hoofdstad La Paz, om toch nog ietsie meer van Bolivia te kunnen zien. In Bolivia hebben ze iets met hoog in de lijstjes staan qua hoogte, want zo is het Titicacameer het hoogst commercieel bevaarbare meer ter wereld op een hoogte van 3812 meter boven de zeespiegel en is La Paz de hoogste (onofficiële) nationale hoofdstad van de wereld met een hoogte varierend van 4058 tot 3100 meter. Het ligt dus in een vallei, wat het aanblik bij binnenkomst indrukwekkend maakt. We bezoeken de bekende heksenmarkt, waar je o.a. lama foetussen en gedroogde kikkers voor allerlei rituelen kunt kopen en struinen verder door allerlei straten op zoek naar leuke cafeetjes en restaurantjes. Eén van die restaurantjes wordt gerund door een Nederlander, en zo eet ik midden in La Paz hutspot met een oer-Hollandse gehaktbal, feest! Genoeg La Paz, terug naar het Titicacameer. Onderweg moeten we net als op de heenweg, even uit de bus, om het meer over te steken. De bus gaat op een vlot (zodat als de bus zinkt, wij niet mee onder gaan), terwijl wij even de benen kunnen strekken, een bezoekje aan het toilet kunnen brengen en vervolgens ook naar de overkant worden gebracht met een klein speedbootje.

Het plan (ja, soms maken we plannetjes) was om een nachtje op het eiland Isla del Sol door te brengen, maar omdat het hotelletje in Copacabana zo fijn is, besluiten we om er gewoon een dagtripje van de te maken. ’s Morgens om half negen stappen we op de boot om na 2 1/2 uur varen aan te komen in het noorden van het eilandje. Hier beginnen we de wandeling over het eiland naar het zuiden, waar we aan het eind van de middag weer op de boot kunnen stappen. Dit eiland wordt door de mythologieën beschouwd als de geboorteplaats van de Inca. We komen onderweg veel Inca ruïnes tegen. Het is weer een mooie wandeling met mooie uitzichten op het magische Titicacameer.

Terug in Peru, slapen we weer een nachtje in Puno en rijden we vervolgens naar Arequipa. Hier bezoeken we de ‘Monasterio de Santa Catalina’, een nonnenklooster die geweldig veel indruk op ons maakt.

Vanuit Arequipa bezoeken we de Colca Canyon. We laten wat spullen achter in Arequipa, zodat we wat lichter reizen. We gaan namelijk een meerdaagse wandeling maken. Onderweg naar de Canyon komen we honderden Alpaca’s tegen langs de kanten van de weg. De Colca Canyon is meer dan twee keer zo diep als de Grand Canyon, is veel groener (er wordt veel fruit en groente verbouwd) en tevens bewoond. We slapen een nachtje aan de rand van de Canyon in Cabanaconde, voordat we de tocht, voor de ezeltjes aan, naar beneden maken. Na ruim vijf uur lopen, komen we aan in Sangalle, oftewel de Oasis, waar we een welverdiende duik in het zwembad kunnen nemen. Maar wie omlaag gaat, moet ook weer omhoog. En de zijkanten mogen dan niet superstijl zijn, het pad hebben ze wel lekker stijl ontworpen. Jeetje, 3 uur alleen maar omhoog klimmen. Onze benen voelen als dynamiet als we eindelijk boven zijn. Gelukkig heeft ons hostel in Cabanaconde hangmatten, waar we de rest van de middag in doorbrengen samen met Cholita de hond.

De volgende ochtend moeten we vroeg op, om de bus van 6 uur (de bus van 7 uur reed helaas niet) te halen richting het Cruz del Condor uitkijkpunt. De ‘Andean Condor’ heeft een vleugelwijdte van 3,2 meter, de grootste van alle landvogels. Het is op zich een lelijk beest, maar omdat we zo dichtbij staan, vliegen ze een paar keer vlak boven ons lang, wat een fantastisch gevoel geeft! Het korte filmpje wat ik heb gemaakt, zal ik binnenkort eens uploaden.

Nadat de condors uitgevlogen zijn en we het marktje met de vrouwen in typische Colca klederdracht hebben bezocht, pakken we de bus weer richting Arequipa. Hier slapen we nog twee nachten, waardoor we tijd hebben om nog even de was te doen en de ijskoningin van Arequipa, Juanita te bezoeken. Dit meisje werd in 1995 gevonden op de berg Ampato in de Andes en is ergens tussen 1450 en 1480 geofferd aan de Inca goden. Voor de geïnteresseerden (echt een aanrader!), het hele verhaal over dit meisje, kun je hier lezen. De laatste avond in Arequipa hebben we culinair afgesloten. We hadden gereserveerd bij restaurant Zig Zag en Bert moest hier “Bijna in de zwembroek” heen. Door een communicatiefoutje zou onze was namelijk niet om 5 uur arriveren, maar om 9 uur ’s avonds. En je raadt het al, alle ‘normale’ broeken van Bert (2 welgeteld) zaten in de was, waardoor hij alleen nog maar een zwembroek in de tas had. Gelukkig heeft Guillaume, de man die het hostel waar we verblijven runt, speciaal voor ons de was opgehaald, en zo kon Bert gelukkig in normale broek, naar het restaurant. Hier hebben we ontzettend lekker gegeten. We hebben de specialiteit van het huis besteld, namelijk 3 stukjes vlees, alpaca, rund en varken op een steengrilletje. En we hebben onze vingers erbij afgelikt.

De zwembroek kon dus weer in de tas, maar niet voor lang. We gaan namelijk morgen naar de GALAPAGOS EILANDEN (verrassing 1)!! We hebben twee lange reisdagen achter de rug om van het zuiden van Peru weer terug in Guayaquil, Ecuador te komen. Welgeteld 4 taxiritjes, 2 vluchten en een busrit van 13!! uur. Je moet er wat voor over hebben en zo zitten we opnieuw weer “Bijna in de zwembroek..”.

Machu Picchu

5 Okt

In het begin van onze reis was het nog niet de bedoeling dat we naar Zuid-Amerika zouden gaan. Maar toen duidelijk werd dat we wel gingen hadden we allebei één ding dat we in ieder geval wilden zien, Machu Picchu.

Machu Picchu is een van die plekken op deze wereldbol, waarvan je zonder dat je er geweest bent weet dat het mystiek is en iets heroïsch heeft. Niet voor niets staat het op verschillende lijstjes van wereldwonderen. Op ons lijstje wereldwonderen stonden tot voor kort al Angkor Wat, Grand Canyon, het Colloseum, Panama Kanaal, Sydney Opera House en de Golden Gate Bridge. Daar is deze week Machu Picchu bijgekomen. Machu Picchu is van de vele Inca ruïnes in Zuid-Amerika het allerbekendst en meest spraakmakend.

Veel mensen doen het georganiseerd door een luxe trip met trein en bus te nemen of de avontuurlijke manier door 4 dagen lang de Incatrail te hiken. Omdat de Incatrail al een half jaar van tevoren volgeboekt zit en een luxe georganiseerde trip niets voor ons is, hebben we het lekker zelf geregeld.

Cusco in Peru is voor iedereen het beginpunt van de reis naar Machu Picchu. Het is de oude hoofdstad van het Inca tijdperk. Een prachtige stad zoals we die ook in Ecuador en het noorden van Peru hebben gezien met veel Spaanse koloniale wijken en pleintjes. Vanuit Cusco trekken we eerst een paar dagen door de heilige Inca vallei. Hier zijn in de dorpjes Pisac en Ollantaytambo belangrijke Inca ruines te bezoeken. Wat bij elke Inca nederzetting telkens erg bijzonder is is de manier waarop ze water, vanuit een bijgelegen rivier, via kanaaltjes en en watervallen langs de huisjes leiden. Dit zowel voor drinkwater als het wassen. De ambachtelijke markt in Pisac is een van de grootste en bekendste in heel Zuid-Amerika. Hier hebben we allerlei leuke souvenirs gekocht, waardoor onze tas steeds zwaarder wordt. De vallei is hiermee alvast een mooie inleiding voor Machu Picchu.

Het laatste stuk van Ollantaytambo naar het dorp Aguas Calientes onderaan Machu Picchu, is alleen mogelijk per trein. Om het toerisme helemaal uit te melken zijn de treinkaartjes voor deze rit van 1,5 uur 90 dollar p.p.. Ook de entreekaarten voor Machu Picchu zijn erg duur, 50 dollar. En dat te bedenken dat de Peruvianen zelf maar iets van een tientje totaal hoeven te betalen. Aguas Calientes was ooit, lang geleden waarschijnlijk nog een gewoon dorp, maar tegenwoordig bestaat het alleen nog maar uit hotels, restaurants en souvenirstandjes, oh en het treinstation natuurlijk. Er lopen dan ook alleen maar toeristen rond, maar toch is het geen vervelend dorpje.

(wat is de machinist in de voorste trein achter dat beslagen raam aan het doen?)

De volgende ochtend staan we om 4 uur op om aan onze klimtocht naar Machu Picchu te beginnen. De avond ervoor hebben we een ontbijt-pakketje voor vroege vogels gekregen. Om kwart voor 5 in het pikkedonker staan we onderaan de berg met nog 30 anderen, voor een dichte poort die om 5 uur opengaat, voor degenen die niet met de bus naar boven gaan. Vervolgens was het een zwaar uurtje naar boven klimmen. Het pad bestond wel uit trappen maar die waren soms zo hoog dat je er een ladder voor kon zetten. En als je kleren dan halverwege erg bezweet zijn, krijg je je benen ook niet meer zo hoog, omdat je broek eraan blijft plakken. Kortom, heftig!

Om 6 uur boven zijn we teleurgesteld dat de eerste bussen er ook al aankomen. Het zou zo moeten zijn dat de klimmer de eerste vroege uurtjes het rijk helemaal voor hunzelf hebben, als beloning voor de inspanning. Helaas is het niet zo, maar toch kunnen we de meute een beetje voor blijven. Het is na de entree namelijk nog een paar honderd meter lopen. Bij Machu Picchu aangekomen zien we eerst nog helemaal niets, omdat het helemaal in de mist ligt. We kiezen een mooi plekje om foto’s te maken en besluiten even een tijdje uit te rusten en ons ontbijt op te eten. Na een dik half uurtje begon de mist weg te trekken en zagen we de eerste schimmen van de ruïnes. Dit is echt een magisch moment, zonsopkomst, de mist nog half over de ruïnes en de bergen op de achtergrond. Nadat de mist helemaal weg was en we vanaf het uitzichtpunt mooie foto’s van het geheel hebben genomen zijn we de ruïnes gaan verkennen. Het blijft bizar hoe ze in die tijd (1440 a.d.) zonder de huidige gereedschappen, de gigantische stenen vorm konden geven, als puzzelstukjes in elkaar hebben gezet en uiteindelijk zo’n geweldige stad konden bouwen. Dit met name maakt Machu Picchu (oude berg) zo bijzonder.

Alsof we nog niet genoeg hebben geklommen, doen we om 10 uur ook nog even de pittige beklimming van Huayna Picchu (jonge berg), de berg achter Machu Picchu. Hiervandaan heb je ook een erg mooi uitzicht op de ruïnes en de omliggende bergen.

Omdat we te weinig water mee hadden, kopen we bij de exit nog een liter CocaCola voor 6 euro voor de terugweg. Om 2 uur waren we weer beneden in het dorp, waar we nog 2,5 liter CocaCola (nu voor 2 euro) achterover slaan. We zijn echt helemaal kapot na 10 uur klimmen en lopen. We kunnen niet meer. Dus hebben we ons even verwend met Pisco Sours tijdens happy hour en heerlijk eten, voordat we weer met de trein terug naar Ollantaytambo rijden.

De reis van Cusco door de heilige Inca vallei naar Machu Picchu was onvergetelijk en maakt ook Peru weer een bijzondere bestemming. Morgen gaan we weer iets verder richting het Titicaca-meer, het hoogste navigeerbare meer ter wereld op de grens met Bolivia. Het houdt bijna niet op met bijzondere bestemmingen.